Verhaal van een pervers schaalvoordeel

In het licht van de sluiting van Ford Genk staat politiek en syndicaal Vlaanderen, en zelfs België, op zijn kop. Emotionele pleidooien in de Kamer, een eis voor een hallucinant brugpensioen, uitingen van medeleven door de premier, het uitschelden van ministers voor boskabouter, het oprichten van een nogal vaag omschreven ‘task force’, etc. Alle hens aan dek om de Genkse arbeiders te redden.

Elk jaar gaan ettelijke KMO’s over de kop, met ontslagen tot gevolg. Mensen die jaren bij dezelfde werkgever werkten belanden op straat en moeten op zoek gaan naar een nieuwe bron van inkomsten. Elk jaar duizenden arbeiders en bedienden. En dan is de reactie van onze politici en de syndicale kameraden: “Kop in’t zand!” Hervormingen van de arbeidsmarkt zijn nergens te bespeuren. Halfslachtige, reeds gefaalde maatregelen worden opnieuw toegepast, de lasten op arbeid blijven ongewijzigd, etc.

Wanneer er echter ontslagen van dergelijke schaal bij één bedrijf, op één moment plaatsvinden, dan zijn deze plots wel van belang. Dan dienen de ontslagen werknemers “gered” te worden. Dan zijn de ontslagen een argument voor allerhande linkse en rechtse ideeën, slogans en maatregelen. Dan moet een brugpensioen op 50 kunnen. En dan huilt men op het spreekgestoelte van de Kamer.

Ocharme, de anonieme werkman die gisteren zijn baan verloor omdat de KMO waar hij werkte, kopje onder ging. Hij is tot tweederangs arbeider gedegradeerd. Zijn problemen zijn niet het gevolg van een massaontslag, waardoor hij dus blijkbaar de aandacht van vakbonden en overheid niet waard is. Hoewel zijn zorgen en problemen van dezelfde aard zijn als die van zijn Genkse kameraad. Ook hij zal moeilijk een nieuwe baan vinden door onder andere de rigide arbeidsmarkt en de torenhoge belastingen. Continue reading

Jongerenkracht? – Reactie op het opiniestuk van Maite Morren

Op acht juni verscheen er op de website van SP.a een opiniestuk van de hand van Maite Morren, de voorzitster van Animo. In dit stuk, getiteld ‘jongerenkracht!‘, kaart zij de werkloosheid onder jongeren aan. Bij het lezen van het stuk had ik de indruk dat het vooral een klaagzang betrof, gevuld met utopische recepten en economische valsheden.

Echter het doel dat Morren volgens haar tekst voorstaat, wil ik graag mee steunen: “wij weigeren een verloren generatie te zijn”. Maar dan vraag je je natuurlijk meteen af wie dat eigenlijk niet zou weigeren. De jonge socialiste gaat daarna over tot een beschrijving van een eerder triest feit: “Is het niet absurd dat de best opgeleide generatie ooit niet aan een job geraakt?”

Maar bij een dergelijke uitspraak stel ik me dan meteen de vraag of die wel klopt. Zijn wij wel de best opgeleide generatie ooit? Of hebben we gewoon de pretentie dat te denken (cf. diploma-inflatie)? Immers elk mens is het kind van zijn tijd. Dat die tijd nu technologisch en wetenschappelijk verder staat, kan die indruk natuurlijk wel opwekken.

Als we echter verder lezen in haar tekst, haalt ze aan dat het voor jongeren veel te moeilijk is om een job te vinden. Te weinig open vacatures en te veel vraag naar ervaring vormen de oorzaak. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

De EU als grote redding

Spijtig genoeg springt Morren dan op de kar van de overheid als redder van de jeugd, meer bepaald de Europese overheid. “Een concreet voorstel om de jeugdwerkloosheid in Europa aan te pakken is alvast de Europese jobgarantie voor jongeren. Deze garandeert dat iedere jongere na 4 maanden werkloosheid een job heeft, of haar of zijn talenten kan bijschaven met een bijkomende opleiding of trainingsperiode.” Het klinkt prachtig, nietwaar? De perfecte manier om de jongeren aan de bak te helpen gezien de voornoemde moeilijkheden. Wat Morren niet opmerkt, is de keerzijde van de medaille: het kostenplaatje dat wel eens torenhoog zou kunnen oplopen.

Een job is echter niet genoeg, zo blijkt. ‘t Moet ook meteen veel geld binnenbrengen en liefst wat weg hebben van een vaste benoeming. “We willen een job, ja, maar wel ook een échte job.” zo schrijft Morren. “Veel jongeren belanden in allerlei schimmige statuten als ze werk zoeken: halftijdse jobs die al snel voltijdse jobs blijken, tijdelijke contracten of on(der)betaalde stages.” Wat zij hier blijkbaar niet weet te erkennen is dat men niet eeuwig in een dergelijke job blijft werken. Jongeren nemen zo’n jobs aan om ervaring op te doen of om te kunnen sparen voor die avondscholing die hen uitzicht geeft op een betere job. Je kan niet verwachten dat iedereen van de schoolbank recht in de perfecte job wandelt.

Wat met het minimumloon?

Een maatregel die Morren iets later in haar tekst vermeldt, maar ik hier reeds wens te vermelden, is het minimumloon. “We willen alle inkomens boven de armoedegrens tillen”, zo beschrijft zij het. Het is spijtig genoeg een maatregel die nefast is voor de jongere met weinig talent en ervaring. Het minimumloon is te vergelijken met het uittrappen van de onderste sporten van een ladder. Immers, de ongeschoolde jongere met weinig ervaring is het voor geen enkele onderneming meer waard om er het geld aan uit te geven dat het minimumloon vereist. Bedrijven zouden er verlies aan maken. In die zin is haar kritiek op het Duitse model dus ook allesbehalve correct.

Is het dat?

En daar houdt haar focus op de werkloosheid bij de jongeren op. Wat is dus haar visie? De overheid, enkel en alleen de overheid, moet zorgen dat jongeren na vier maanden werkloosheid een baan hebben of een opleiding genieten. Als liberaal kan ik mij moeilijk verzoenen met een dergelijke visie. Waar is dan het optimisme naartoe, dat jongeren tot grootse zaken in staat zijn, als we meteen na het behalen (of niet behalen) van ons diploma naar de overheid moeten hollen voor een job? Als dat het toekomstbeeld is voor onze generatie, dan zijn we nu al verloren.

Waar zijn de recepten voor het ondernemerschap van de jeugd? Is er daar geen plaats voor bij de jonge socialisten? Of maatregelen voor de autodidacten, die op eigen houtje in hun vrije tijd een vak leren? Lastenverlagingen worden natuurlijk helemaal gemeden, dat zou voor een socialist vloeken in de kerk zijn.

Een visie, of iets dat er op lijkt

We mogen ons wel gelukkig prijzen: Morren is nog niet uitgeschreven en draaft nog even aan met een bredere visie: “Ons toekomstbeeld? Een samenleving die sterk en sociaal is. En dat houdt ook in ecologisch.” Als maat voor niets kan dat tellen, wie wil er immers zo geen samenleving?

Nu gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen dat ze bij die visie ook vermelding maakt van onderwijs en investeren in jobs, maar wel enkel in jobs die in haar visie voor de toekomst passen. Welke deze jobs dan mogen wezen, wordt niet verder beschreven. Zonde, ik had het graag willen weten.

Utopia

Na deze visie, of wat er dan toch voor moet doorgaan, wil de voorzitster van Animo nog even een gouden middeltje aanreiken om onze samenleving in het algemeen sociaal sterk te houden.

Leest u daarvoor even het volgende: “Want met wat moeten we concurreren? Met werknemers die voor maar één euro per uur aan de slag moeten? Met de landen waar op pensioen gaan een ticket naar de armoede is? Daar passen wij voor. Animo wil de redenering omkeren. De index die onze koopkracht beschermt in België zouden we dan ook graag exporteren naar andere landen.” Zo ziet u maar: gewoon even de hele wereld aan de index onderwerpen en we zijn van onze problemen af.

Zelfs als we buiten beschouwing laten dat het indexsysteem de tegenovergestelde werking heeft van wat ze betracht (een hoger geïndexeerd loon leidt immers tot hogere loonkosten voor ondernemingen, waardoor deze wederom hun producten duurder moeten verkopen aan, inderdaad, consumenten), is dit een puur utopische en imperialistische gedachte. Wederom iets waar wij als jongeren absoluut geen nood aan hebben: als we de weg van de utopie inslaan, zijn we een verloren generatie.

Foute recepten

In haar besluit haalt Morren wel een aantal goede punten aan. Onze generatie is volgens haar namelijk enthousiast, energiek en leergierig. Ze omschrijft wederom de jeugdwerkloosheid als een absurditeit en als een hoop gemiste kansen.

Spijtig dat ze in haar tekst enkel foute en utopische recepten kan aanreiken. Geen enkel origineel idee wordt naar voor geschoven, zoals bijvoorbeeld een lastenverlaging op werk of een indexatie van netto- in plaats van brutolonen. Ook op het enthousiasme en de energie die zij zelf aan jongeren toeschrijft, gaat Morren niet verder in. Neen , het is volgens haar de staat die onze generatie moet redden, niet wijzelf. “Wij zijn jong en klaar voor de toekomst” , besluit ze, maar vergeet te vermelden: “Als we een overheid zien die een rode loper voor ons uitrolt.”

Het is zonde dat een tekst getiteld “jongerenkracht!” net die kracht ontkent door de voorgestelde maatregelen. Of hoe een veelbelovende titel maar een fractie van het werk is.

Bob van der Vleuten
Politiek Secretaris
LVSV Hasselt

1 Mei, dag van nationale rouw

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten naar aanleiding van de ‘Dag van de arbeid’ en is tevens in pdf beschikbaar.

Het moet een echte komiek geweest zijn die ooit het concept van de eerste meidag heeft uitgevonden. Een dag verlof nemen om de arbeid te vieren, dus 1 mei is eigenlijk de feestdag van de betaalde niet gepresteerde arbeid? De man die er een nationale feestdag van maakte echter, was allerminst een komiek: niemand minder dan Adolf Hitler op 10 april 1933, als deel van een strategie om vakbonden buiten spel te zetten.

1 mei kan volgens mij beter omgedoopt worden tot een dag van nationale rouw. Rouw om de verloren individuele vrijheid en de teloorgang van de economie. Wanneer socialisten hun ideologie hoog in het vaandel dragen op 1 mei, met alle collectieve marsen en symbolen van doen; rouwt de liberaal, de ondernemer en elk ander individu met een grijntje gezond verstand. Want de maatregelen die onder de morele dekmantel der solidariteit en gelijkheid werden genomen over de jaren heen, hebben ons weinig meer gebracht dan wat zakken kommer en kwel. Of ze nu werden aangebracht door mensen met een rotsvaste overtuiging en geloof of door de gemiddelde opportunistische salonsocialist. Dat we kampen met een hoge staatsschuld, onverantwoordelijke vakbonden, een plethora aan logge overheidsbedrijven, … Het vindt steeds zijn oorsprong in linkse doctrines.

Nog een reden om te rouwen is het feit dat elk individu dat zich verzet tegen de linkse maatregelen meteen een intentieproces aan zijn broek krijgt gelapt. Want hoe kan je nu tegen de maatregelen zijn die de kleine man voort moeten helpen? Het kan niet anders dan dat je van slechte wil bent en enkel voor de ‘patrons’ wilt opkomen. Rationele argumenten tellen al lang niet meer mee. Argumenteren dat maatregels zoals een minimumloon en een index enkel een averechts effect hebben, heeft dus geen effect, want wat de partijtop en de vakbondsleiders zeggen is heilig.

En dan zwijg ik nog over die grote schandvlek die het socialistische en communistische gedachtengoed heeft nagelaten op de mensheid. In de naam van deze ideologie hebben velen hun dood gevonden, door onderdrukkingen en genocides enerzijds en verhongering anderzijds. Voorbeelden te over van mislukte arbeidersparadijzen, van monsters zoals de Sovjet-Unie tot landen zoals Nicaragua. Hoe lang nog zal het duren voor de utopie en de perverse effecten van de linkse ideologie voor iedereen duidelijk zijn? In dit land alvast nog een hele poos, want meer en meer verlangt de bevolking weer dat de overheid haar deus ex machina rol opneemt. Zonder te beseffen dat men in de eigen voeten schiet, zonder de fouten van het verleden te herinneren, zonder de hiaten in de redeneringen te erkennen; vieren alle kameraden het Feest van de Arbeid.

Arm Vlaanderen, arm België, waar men het debat enkel durft te voeren om futiliteiten. Waar de grote overheid en de linkse kerk een heilig huis zijn geworden dat ten allen kosten beschermd en gevierd moet worden, op 1 mei, de dag van de arbeid. Maar ook de dag van de werkloze die zijn kansen door het minimumloon ziet verdwijnen, de dag van de ondernemer die zich blauw betaalt om het heilige huis recht te houden, de dag van de sterke vrouw die de erkenning van haar merites ondermijnt ziet door opgelegde quota, de dag van de eerlijke werkman die moet opboksen tegen de door sociale zekerheid ondersteunde zwartwerker, de dag van de economische onzin en de dag van het corporatisme.

Mijn innige deelneming, kameraad.

Bob van der Vleuten
Ondervoorzitter LVSV Hasselt

26-04-2012 Blauwe Donderdag met Jean-Pierre Van Rossem

Op Donderdag 26 April 2012 om 20u00 wordt LVSV Nationaal ontvangen door LVSV Hasselt en presenteren wij u niemand minder dan Jean-Pierre Van Rossem op de Universiteit Hasselt.

Jean-Pierre P.A.J. Van Rossem (Brugge, 29 mei 1945) is een Vlaams econoom, politicus, zakenman, schrijver en publicist. Hij raakte begin 1990 bekend vanwege zijn flamboyante gedrag en reputatie als beursgoeroe. Hij zorgde in 1993 voor opschudding door tijdens de eedaflegging van Albert II als koning “Vive la République d’Europe, vive Julien Lahaut” te roepen. Als miljardair werd hij in 1991 opgepakt wegens fiscale fraude. Zijn protestpartij R.O.S.S.E.M. scoorde toen hoog bij de parlementsverkiezingen.

Dit wordt ongetwijfeld een avond die u niet mag missen!
Facebook-event 

Het lokaal waar we de heer Van Rossem ontvangen wordt nog bekendgemaakt.

Liberalisme is een gut-feeling

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten, gepubliceerd op zijn blog en is tevens beschikbaar in PDF.

Ik ben nooit een fan geweest van lange theoretische uiteenzettingen, citaten van ten hemel geprezen schrijvers en het gebruik van een woordenschat die men enkel terugvindt in academisch filosofische geschriften. Als ik zie op welke manier talentvolle en onderlegde liberalen de strijd om de vrijheid voeren denk ik vaak: “dit zijn intellectuele slagen in het water, complexe druppels op een hete plaat”. Het heeft wat weg van een soort intellectuele zelfbevrediging.

Opinieteksten van liberalen en zelfverklaarde liberalen nemen vaak de allures aan van academische papers: enkel en alleen leesbaar en interessant bevonden door medestaanders. Maar wat bereiken we daar eigenlijk mee? De voeling voor liberalisme in dit land ligt aan diggelen en wat doen wij klassiek liberalen? Onderling bekvechten om kantlijnnotities waar geen kat van wakker ligt. Verschillen over interpretaties van teksten opblazen alsof ze van wereldbelang zijn.

Excuseer mij dat ik de bel doorprik: in de echte wereld geeft bijna niemand er wat om. Het is zeker nuttig voor de verrijking van de eigen geest en die van collega’s om aan dergelijke activiteiten te doen. Het is nuttig de onderliggende stromingen te begrijpen alsook een sterke argumentatie voort te kunnen brengen in diepgaande onderwerpen. Maar wat ben je daar nu mee als de basis van de ideologie met moeite gekend, begrepen of geaccepteerd wordt in een maatschappij?

Liberalisme is voor mij veel meer een gut-feeling. Het is mijn ideologie omdat ze als natuurlijk aanvoelt voor mij. Spijtig genoeg is dat voor de meeste mensen niet zo. Het debat rond de rol van de overheid wordt al lang niet meer gevoerd in de ‘publieke opinie’. De welvaartstaat met haar bijhorende megalomane overheidsapparaat zijn een vast gegeven, enkel om de invulling voert men nog het debat, en dat dan nog op een laag pitje want aan de heilige huisjes mag niemand raken. Logisch dat een rasecht liberaal zijn waren niet verkocht krijgt als hij zich daar in mengt.

Als klassiek liberalisme terug wil doorbreken, als het als een gut-feeling aanvaard wil worden door een groot aantal mensen, dan moet het debat worden opengebroken. Het debat over de rol van de staat, over de maatschappij die wij verkiezen, over essentiële vrijheden.

We moeten al die basisconcepten van het liberalisme die nu dag in dag uit met de voeten getreden worden terug naar de voorgrond brengen. Volgens mij zal dat niet lukken zolang we ons bezig houden met het schrijven en bespreken van theorieën enerzijds en het bekampen van de kleine anti-liberale vuurtjes anderzijds.

Laten we onze energie ten volle steken in het aanreiken van onze ideologische basisconcepten aan de maatschappij, op verstaanbare wijze. Laten we mensen onderwijzen met eenvoudige maar ijzersterke voorbeelden en argumenten. De theoretische invulling en nuances volgen later wel.

Gelukkig zijn er voorbeelden voorhanden die ons de weg kunnen wijzen om dat doel te bereiken. Websites zoals learnliberty.org, boeken zoals ‘Freedom 101′, videos zoals ‘Edgar the exploiter’ en leaflets naar het voorbeeld van ‘I, Pencil’ vormen voorbeelden van de weg die we zouden moeten bewandelen. Echter misschien nog iets eenvoudiger wat taalgebruik betreft. Hapklare brokken zijn in dit geval een must, samen met het inspelen op de tools die in deze 21ste eeuw voorhanden zijn zoals sociale media. De basisideeën van het liberalisme verspreiden moet op die manier mogelijk zijn, zonder tonnen geld uit te geven.


Bob van der Vleuten
Vice-voorzitter

09-05-2012 LVSV Hasselt goes Brussels

Bezoek aan Kamer, Senaat en Vlaams Parlement

Op woensdag 9 mei 2012 gaat LVSV Hasselt naar Brussel!

Niet-leden en leden van andere afdelingen (afspraak aan de ingang van Federaal Parlement) zijn ook van harte welkom.

Aangezien we tijdig moeten reserveren om deze activiteit mogelijk te maken (zie onderstaande planning) zouden de deelnemers voor 28-03 ingeschreven moeten zijn! Dit kan door een mail te sturen (met Naam, Adres en Geboortedatum) naar ellen.colson@lvsvhasselt.be.

Degenen die niet in het bezit zijn van een Rail- of Go-pass mogen dit ook laten weten (samen met bovenstaande gegevens). Dan kopen wij een of meerdere Go-passen aan zodat de hele groep aan een voordelig tarief (10€) naar Brussel en terug kan reizen zonder een volledige pass aan te moeten kopen.

Planning:
afficheWe spreken af aan de hoofdingang van de Uhasselt om 7u30. Wanneer iedereen is aangekomen verplaatsen we ons richting station Hasselt (eventueel met auto’s van de bestuursleden) om daar de trein naar Brussel te nemen.

Nadat we daar veilig aangekomen zijn moeten we een kwartiertje wandelen tot aan Kamer en Senaat. We starten onze uitstap hier met een rondleiding van ongeveer anderhalf uur onder begeleiding van een erkende gids. Wanneer dat afgelopen is begeven we ons richting Vlaams Parlement, waar we de (na)middag zullen doorbrengen. Het is voorzien dat we daar ‘s middags eten.

Verder zal Peter Reekmans (LDD) ons daar ontvangen en uitgebreid rondleiden. (commissiezalen bezoeken, plenaire vergadering bijwonen, etc.) Naderhand gaan we in het mooie Brussel een hapje eten, kwestie van de avondspits te ontlopen.

Hopelijk tot dan!

19-03-2012 Blauwe maandag met Philippe De Backer

Philippe De Backer

Philippe De Backer

Op maandag 19 maart om 19u ontvangt LVSV Hasselt Philippe De Backer (Open VLD) voor een gespreksavond.

De Backer was als student zelf drie jaar actief bij het LVSV in Gent en was, daar op volgend nog eens drie jaar voorzitter van Jong VLD. Hij is doctor in de biotechnologie. Momenteel zetelt hij in het Europees Parlement, hij volgde in 2011 Dirk Sterckx op die afscheid nam van de Europese politiek.

In het EU parlement houdt Philippe De Backer zich vooral bezig met mobiliteit enerzijds en economisch en monetair beleid anderzijds.

Op de blauwe maandag zal De Backer een uiteenzetting doen over de huidige staat van de economische crisis en het Europese beleid waar hij zelf aan meewerkt in het EU Parlement. Naderhand is er tijd voor vragen en een kort debat met de aanwezigen.

UHasselt campus Diepenbeek, Lokaal C109, 19u
Facebook Event 

Jongerenpamflet actie, een verslag

LVSV Hasselt nam afgelopen maandag, 30 januari 2012, deel aan de jongerenpamflet actie waartoe opgeroepen was op Facebook. Drie van onze bestuursleden (Roel Van Eetvelt, Matthias Vandyck en Bob van der Vleuten) vertrokken samen met Michel Beuls (een lid van Jong VLD) om 13u30 op de UHasselt, op zoek naar stakingspiketten. Bedoeling was om daar het jongerenpamflet uit te delen en een liberale boodschap te verkondigen.

ABVV gesloten

Bij ABVV: "Dit kantoor zal gesloten zijn op 30 januari"

Echter bleek maandag 30 januari een koude en besneeuwde dag te zijn en dus waren er in de namiddag nog maar weinig stakingspiketten te bespeuren in Limburg. De groep trok daarom eerst naar het grote ABVV-kantoor aan de Hasseltse ring, in de hoop hier vakbondsleden te ontmoeten. Echter blijkt het dat er ook bij het syndicaat niet gewerkt wordt tijdens een stakingsdag. Bij de buren, het gebouw van Voka, werden de jongeren echter wel hartelijk ontvangen en kregen ze een tasje koffie aangeboden. Een Senior stafmedewerker wist hen ook mee te delen waar zij nog piketten zouden kunnen vinden. Een van de plaatsen op de lijst was een industriedomein in Houthalen. De groep sprak af naar daar af te zakken en verwittigde ook Jong VLD voorzitter Frederick Vandeput. Hij wist ook TV Limburg te contacteren.

Discussie bij ACV stakers

In gesprek met ACV militanten

Aangekomen in Houthalen, troffen de jongeren een stakingspiket van de Algemene Christelijke Vakbond aan. Ze werden er vriendelijk ontvangen. Het pamflet werd overhandigd aan de stakers, die het met enige scepcis doornamen en een inhoudelijke discussie aangingen. Ook ACV had een pamflet en dit werd op zijn beurt in ontvangst genomen door de leden van LVSV Hasselt. De discussie met de stakers duurde een klein uur en was van inhoudelijke aard met een sterk gevoel van wederzijds respect. Hoewel wij vaak beelden zien van de woeste rode stakers, werd dit beeld volledig te niet gedaan door de mensen van ACV. Dat is zeker het vermelden waard.

Hoewel de initiële bedoeling was zo veel mogelijk pamfletten te verspreiden, kijkt LVSV Hasselt toch terug op een productieve namiddag gezien de weersomstandigheden en grote afwezigheid van stakingspiketten.

De actie genoot, mede dankzij Frederick Vandeput, ook van een klein beetje media-aandacht op TV Limburg.

Open brief: Mijnheer De Leeuw, u kiest niet voor ons, wij kiezen zelf

Deze open brief aan Rudy De Leeuw werd geschreven als reactie op diens brief aan de studenten. De brief werd opgesteld door Nick Roskams, student in leuven, met input van collega-studenten. De brief is tevens terug te vinden op Facebook als note.

Geachte heer De Leeuw,

Wij hebben met interesse uw open brief gelezen naar aanleiding van de komende staking van 30 januari. Gaandeweg veranderde onze interesse jammer genoeg in ongeloof omdat wij niet akkoord kunnen gaan met uw houding ten aanzien van onze generatie. Uiteraard wensen wij u niet te viseren dus via dit antwoord willen we graag iedereen die de staking verdedigt persoonlijk aanspreken. We pretenderen hier niet te spreken namens onze generatie, maar denken en hopen dat we de gevoelens van een grote groep onder woorden brengen.

 

Uw strijd, niet noodzakelijk de onze

U zegt te strijden voor onze toekomst maar u verzet zich tegen elke maatregel die kan helpen om die toekomst te verzekeren. De sociale zekerheid zal de komende jaren onder grote druk komen te staan, dat weten we allemaal. Eén blik op de bevolkingspiramide zegt meer dan duizend woorden: waar vroeger een brede basis kon voorzien in het onderhoud van een smalle punt, wordt de situatie in de toekomst omgekeerd. In een repartitiesysteem is de conclusie snel bereikt: Onze generatie zal de zorg moeten dragen voor een steeds grotere groep die de arbeidsmarkt reeds verlaten heeft. We zouden onszelf eens de vraag moeten stellen naar de aard van dit systeem. Eigenlijk komt het neer op de speculatie dat er in de toekomst genoeg personen zullen zijn die de lasten zullen dragen, een delicate vooronderstelling. Want wij weten dat we al lang onder de denkbeeldige grens zitten van mensen die veel minder zullen ontvangen dan dat ze zullen moeten bijdragen. Maar het is nu eenmaal het systeem dat we hebben geërfd vanuit het verleden. We vragen ons wel af wat er zou gebeuren als een privaat  persoon vandaag een soortgelijk piramidespel zou opzetten…

Iedereen beseft dus dat maatregelen niet kunnen uitblijven. Want laat ons eerlijk wezen: de sociale zekerheid heeft in het verleden excessen gekend die op zijn minst bedenkelijk waren. Terwijl de levensduurte steeds toenam, ging de werkelijke pensioenleeftijd steeds naar omlaag. De verschillende vormen van gelijkgestelde periodes namen ook steeds toe, terwijl dit de basis van de piramide erodeerde. En zo zijn er tal van voorbeelden aan te halen die niet houdbaar zijn naarmate we de periode van vergrijzing naderen.

Gelukkig is er vandaag een toenemende ‘sense of urgency’ en worden er een paar knopen doorgehakt, maar hierbij moeten we opmerken dat de vakbonden zich jarenlang hebben gewenteld in een haast blinde ontkenning van deze problematiek. Elke poging om het debat te openen werd steeds door u en uw collega’s beantwoord met drie woorden: “Verworven rechten. Afblijven!”. Maar wat zijn verworven rechten waard als ze onbetaalbaar dreigen te worden? En wat betekenen die verworven rechten voor degenen die ze niet genieten maar wel moeten betalen? Wij hebben veel respect voor degenen die gedurende vele jaren moesten bijdragen aan de sociale zekerheid en wij willen geen generatieconflict met hen. Maar als er geen rationalisering komt van het ganse sociale zekerheidssysteem dan worden uw verworven rechten onze geërfde lasten. Het zou ons te ver leiden om in te gaan op de concrete maatregelen van de regering, ook wij vinden dit zeker geen ideaal compromis. Maar we willen u wel wijzen op het volgende: Zolang u vanuit die conservatieve reflex elke herziening van het sociaal model weigert, brengt u onze generatie in gevaar.

En dus kiest het ABVV, samen met ACV en ACLVB, voor een staking. Een staking die, zoals u zelf zegt, degenen treft die er niet eens door geviseerd worden. Sterker nog: de staking raakt hen wiens toekomst in de balans hangt als er geen hervormingen worden doorgevoerd.

U zegt dat er in ons land niet meer gestaakt wordt dan in andere Europese landen. We hoeven u hierop niet tegen te spreken. Maar we zijn wel het enige land waar er zoveel gelijkgestelde periodes meetellen voor het pensioen. We zijn ook het enige land waar je van werkloos zijn een beroep kunt maken, je leven lang. We zijn ook een land met één van de hoogste schuldgraden én dito belastingdruk. We willen niet beweren dat we blindelings het voorbeeld van anderen moeten volgen. Maar er is wel een reden waarom velen er beter voorstaan dan wij: zij hervormen hun systeem dat te bureaucratisch en te kwistig dreigt te worden. En dat lukt niet louter met de slogan ‘Meer belastingen!’, zeker niet in een land als België.

Eén van uw voornaamste argumenten is het gebrek aan overleg en het feit dat het akkoord een ondemocratisch gehalte heeft. Maar vernamen wij onlangs niet dat de vakbonden inspraak hebben gehad bij het opstellen van de teksten? En zijn de voorstellen niet gestemd door het parlement? Om misverstanden te voorkomen: wij zijn geen politieke naïevelingen met een blind vertrouwen in de wetgever, maar u noemt zichzelf een verdediger van de democratie. Dus wat vraagt u eigenlijk: democratie of een vetorecht voor vakbonden? En zou u soms ook kunnen leiden aan verkiezingskoorts, de komende maand mei indachtig?

U beweert dat de strijd die u voert, een strijd is die ook onze generatie ten goede komt, maar u laat weinig ruimte voor de mening die wij daarover hebben. Als voorbeeld haalt u de indexering van de lonen aan. U heeft waarschijnlijk niet in overweging genomen dat onze generatie de mogelijke nadelen van indexering weet in te schatten, en deze misschien niet eens wilt behouden. Hetzelfde geldt voor het rigide karakter van de arbeidsregulering en de hoge loonlasten die onze kansen op de arbeidsmarkt bemoeilijken. Misschien zou u die standpunten van de jongere generatie eens moeten aftoetsen vooraleer u besluit hen te gaan vertegenwoordigen.

 

Vakbonden van vroeger en nu

De polemiek van de laatste weken is voor ons een voorbeeld van hoe de vakbonden van vandaag slechts een schim zijn van hun voorgangers. Mogen wij u eraan herinneren dat vakbonden, mutualiteiten, werkloosheidskassen, enz. ooit begonnen zijn als vrijwillige verenigingen? In die tijden leverden ze schitterend werk in het voorzien van sociale zekerheid voor hun leden. Maar ze moesten ook moeite doen om leden te werven en dus moest hun systeem een combinatie zijn van solidariteit en duurzaamheid.

Vandaag zijn de werknemers- én werkgeversorganisaties dermate geworteld in het politieke systeem dat die positieve concurrentie niet meer speelt. Want er bestaat nauwelijks een politiek beheersorgaan, vaak ook buiten de sociale zekerheid, waar de vakbonden en werkgevers niet in vertegenwoordigd zijn. Deze organisaties lijken zich nu te beperken tot het angstvallig vastklampen aan hun macht. En dat vinden wij spijtig. Want ondanks de macht die de vakbonden hebben vergaard, komen hun belangen niet altijd overeen met de belangen van ‘de kleintjes’, zoals u ze zelf noemt. Uw organisatie is geen kleintje: u beheert miljarden belastinggeld, samen met de werkgevers. De vakbonden genieten bovendien van wettelijke privileges die u in andere sectoren bekritiseert. Zo pleit u tegen het bestaan van monopolistische marktspelers maar hebt u zelf wel wetgeving op zak die het oprichten van nieuwe vakbonden nagenoeg onmogelijk maakt. U beweert dat uw stakingskassen niet gespijsd worden met belastinggeld maar weigert wel elke vorm van inzicht in de financiën van de vakbonden. En dat terwijl de rekeningen van bedrijven door de overheid en door u worden uitgepluisd in een zoektocht naar de minste onregelmatigheid.

Wij houden niet van het ‘wij-zij-verhaal’ dat u brengt, de realiteit is veel complexer. Het ABVV heeft ook een eigen agenda, eigen belangen en dat is perfect normaal. U vertegenwoordigt uw leden en probeert de positie van uw vakverbond te handhaven. Maar dat betekent niet dat u zich zomaar kunt opwerpen tot verdediger van ‘jan en alleman’, en dat ten koste van eender wat.

Om even op dat punt in te gaan, ter verduidelijking: De uiteindelijke doelen die wij willen bereiken liggen wellicht niet zo ver van de uwe. Ook wij hechten belang aan solidariteit, al zal onze definitie misschien verschillen van de uwe. Ook wij kiezen voor een samenleving waarin het ‘wij’ een belangrijke plaats krijgt. Maar dat betekent niet dat bepaalde personen of instellingen het monopolie moeten krijgen om de mening van het ‘wij’ te vertolken. En dat betekent ook niet dat die instellingen hun regels mogen opleggen aan personen die er geen lid zijn, of dat die organisaties zich mogen verschuilen in de duistere hoekjes van het recht, zonder aansprakelijkheid voor hun daden of transparantie van hun werking. Die excessen, die u stelselmatig verdedigt, zijn voor ons een brug te ver.

Een voormalige slogan van het ABVV is het perfecte voorbeeld voor uw dubbelzinnige retoriek: “Wij kiezen voor u!”. Dezelfde dubbele betekenis vindt u terug in de titel van deze brief. Die dubbelzinnigheid is hier volgens ons op zijn plaats: een organisatie als de uwe, met al haar gevestigde belangen, kunnen wij niet beschouwen als een volledig onpartijdige en onbaatzuchtige entiteit, hoe vaak u dat ook herhaalt. Uw belangen zijn niet noodzakelijk de onze en wij hadden liever dat ze niet in het stakingspiket werden vereenzelvigd.

 

Geef ons de keuze

Ondanks onze meningsverschillen, willen wij geloven dat u het goed meent met onze generatie, en met personen die het niet eens zijn met de staking. Als u belang hecht aan hun mening dan wordt het tijd dat u hen erkent als volwaardige gesprekspartners in plaats van personen waaraan u zichzelf van tijd tot tijd komt verantwoorden. Want u moet er niet van uitgaan dat de keuzes die uw generatie, binnen een politiek kader, heeft gemaakt ook de keuzes zijn die wij willen aanvaarden. Wij hebben het recht om onze eigen keuzes te maken en lopen niet graag in een karkas dat onze voorgangers hebben opgelegd. Verbondenheid en solidariteit, ja; maar een blinde aanvaarding? Nee, bedankt.

Eigenlijk appreciëren wij uw poging om ons te overtuigen. Want laat ons eerlijk zijn: u hoeft ons eigenlijk niet te overtuigen, het sociaal systeem dat u verdedigt laat ons geen keuze. Of we ons nu aansluiten bij een vakbond of niet: u onderhandelt de normen die ons worden opgelegd. Indien werknemers al dan niet besluiten om te staken: de militanten zullen de poorten toch vergrendelen, ook voor de werkwilligen. Of men nu schade ondervindt door de stakingen of niet: de vakbonden kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onregelmatigheden. Het feit dat we met ons eigen geld willen investeren in onze pensioenen of eerder in onze gezondheid, het maakt allemaal niets uit: de sociale zekerheid, die u mee beheert, maakt deze keuzes ‘voor ons’. En ze maakt die keuzes soms verkeerd, zoals we nu kunnen zien.

Hoe moet het dan anders? Dat is een discussie die dit antwoord overstijgt maar we zijn bereid om ze mee te voeren. Als antwoord op uw brief willen we besluiten met een opmerking die een oplossing kan bieden voor onze kritiek. Velen verwijten de jongere generaties apathie voor de problemen van vandaag maar we weten dat u niet behoort tot deze criticasters. En we hopen dat u ons antwoord ter harte zult nemen.

Als u werkelijk wilt opkomen voor de belangen van de werknemers, en wij geloven dat dat uw doel is, dan moet u ze in de eerste plaats de mogelijkheid geven om te kiezen. Wij waarderen niet dat uw zelfverklaarde strijd voor onze rechten aan ons wordt gepresenteerd als een fait accompli. Uw doelen mogen dan wel nobel zijn, als u de manier verdedigt waarop ze aan ons worden opgedrongen, dan plaveit u mogelijks de weg voor andere doelen in de toekomst die misschien niet zo nobel zullen zijn. Een systeem dat sociale bescherming wenst te bekomen, zonder zich te bekommeren om de concrete situatie of de mening van de betrokkenen kunnen we geen sociaal systeem noemen. En toch is dat de situatie van vandaag.

Wat zijn dan de alternatieven? Sta ons toe om slechts twee voorbeelden te geven. We beseffen dat de realiteit complex is dus beperken we ons tot de principes die de grondslag ervan vormen. In Duitsland zijn collectieve arbeidsovereenkomsten alleen van toepassing op diegenen die lid zijn van de organisaties die aan de onderhandelingstafel zitten. Daar kiest men zijn vakbond aan de hand van reputatie en de soort sociale politiek die men voorstaat. Degenen die zich niet wensen te onderwerpen aan de afgesproken regels die kiest voor een individuele contractuele regeling. De keuze is aan de werknemer. Het andere voorbeeld betreft het pensioenstelsel van Chili. Daar is men al een tijd geleden overgestapt naar een kapitalisatiesysteem dat men gaandeweg heeft uitbesteed. Werknemers kiezen bij welke instelling zij hun pensioen willen onderbrengen. Dit systeem biedt een hoog rendement en transparantie, wat wij vandaag vaak ontbreken. Argentinië, Colombia en Peru zijn dit voorbeeld reeds gevolgd. De keuze is aan de pensioenspaarder.

Wat wij hiermee willen aantonen is dat de vakbonden een actievere rol kunnen spelen in het beheer van de verschillende takken van de sociale zekerheid en op een andere, directere manier dan vandaag. Uiteraard is geen enkel systeem perfect en een knip-en-plak-oplossing is niet wat wij voorstaan. Maar de principes achter de voorbeelden kunnen we zeker onderschrijven. Zoals vroeger kunnen vakbonden hun eigen kassen gaan uitbaten op het vlak van werkloosheid, pensioenen, enz. Met de mogelijkheden van vandaag zijn er vele opties om dit te doen. En de mate van solidariteit en overheidstussenkomst is een onderwerp voor discussie, maar wederom zou het ons afleiden van het doel van deze brief.

Een staking zou in de geschetste omstandigheden minder snel noodzakelijk worden. In plaats van te vechten voor uw gelijk binnen de politiek zou u immers zelf beslissen welke sociale politiek u voert binnen het geheel van sociale zekerheidsinstellingen. Op deze manier omzeilt u de noodzaak om te ageren tegen de politiek, u zou uw zaak voorleggen aan de mensen zelf. En een succesvol beleid zou u meer leden opleveren. Een dergelijke ‘terugkeer naar uw wortels’, waarbij vakbonden verenigingen van werknemers zijn in plaats van een onderdeel van de politieke instituties, zou wel eens een oplossing kunnen zijn voor de structurele problemen die wij hebben geschetst. Het zou uw betoog ook overtuigender maken. Als u vertrouwen hebt in de meerwaarde van de vakbonden dan mogen deze voorstellen u niet afschrikken. Integendeel: dan grijpt u ze met beide handen want het is een ideale kans om het nut en de invloed van de vakbonden te bewijzen. Het enige wat u verliest is de smet van partijdigheid, omdat u nu verweven bent in het politieke beheer. Ook de jongere generaties liggen dan opnieuw voor u open. Een systeem van repartitie creëert steeds tegenstellingen tussen betalers en ontvangers. Maar naar onze mening, en hopelijk de uwe, behoort elk lid evenwaardig te zijn, zonder te veel tegenstellingen in het gezamenlijk belang.

 

Conclusie

Als structuren willen overleven dan moeten ze veranderen. Het vastklampen aan het verleden heeft nog nooit veel positieve resultaten opgeleverd. Dat geldt voor de sociale zekerheid en dat geldt, volgens ons, ook voor de vakbonden. Want in hun huidige vorm zijn zij vaak een struikelblok voor de jongere generaties die evenveel recht hebben op economisch zelfbeschikking als de generatie waarvan wij met plezier het werk overnemen.

Wij danken u voor de moeite die u heeft gedaan om een open brief aan de studenten te richten. Maar we zijn niet de enigen die last zullen ondervinden van uw staking. Massa’s mensen die wel willen werken of andere bezigheden hebben gepland, zullen ook worden getroffen. Via verschillende kanalen en media blijkt dat zij, als werkenden, ook hun ongenoegen uiten over de situatie. En zij hebben in de eerste plaats recht op aandacht en afdoende uitleg.

Met vriendelijke groeten,

Nick Roskams
Ondervoorzitter LVSV Leuven

Gilbert Nijs
Voorzitter LVSV Hasselt

Bob van der Vleuten
Ondervoorzitter LVSV Hasselt

Het vrije internet onder druk

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten en is tevens beschikbaar als PDF.

Met het nieuws dat SOPA (Stop Online Piracy Act) door Lamar Smith in de vuilbak is gekieperd, viel er alvast een donkere wolk boven het hoofd weg van zij die een vrij en functionerend internet genegen zijn. Spijtig genoeg kunnen we nu niet zeggen “oef daar zijn we voor goed vanaf”. Reeds in een aantal landen zijn soortgelijke wetten goedgekeurd en internationaal hangt ons ACTA boven ons hoofd.

Wat een zeer negatief gegeven in dit soort wetten is, is de disproportionele en nutteloze (re)actie tegen ‘piraterij’ die ze bevatten. In gevalle SOPA had men een website kunnen blokkeren, zonder proces en op aanvraag van een bedrijf, omdat één enkele gebruiker van die website vermoedelijk een auteursrecht geschonden zou hebben. Dat is even logisch als het verbieden van de verkoop van Ford Transits omdat er het vermoeden is dat er een overval op een bank werd gepleegd waarbij dat type bestelwagen werd gebruikt.

Waar men tot nu toe het internet kon beschouwen als het laatste baken van echte vrijheid, erodeert deze vrijheid meer en meer. Dit vooral dankzij reguleringen en maatregelen die worden genomen op vraag van lobbyisten van de film-, print- en muziekindustrie. SOPA en PIPA waren daar het duidelijkste en meest recente voorbeeld van. Het is het zoveelste voorbeeld van rijke ‘specials interests’ die ‘big government’ voor hun kar spannen om hun vuil werk op te knappen, op die manier ontlopen ze de werking van de markt die hen normaal zou doen investeren in innovatie.

Wat potentieel de vrijheid verder kan eroderen is ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement), een internationaal handelsverdrag. ACTA omvat meerdere onderdelen voor het tegengaan van vervalsing en de naam doet voor een leek uitschijnen dat het hier om fysieke vervalsing gaat. Echter bevat het verdrag, voor zover er teksten zijn uitgelekt, ook zeer negatieve maatregelen betreffende het internet. Het verdrag wordt sinds 2007 in het geheim onderhandeld door niet democratisch verkozen individuen.

Het grootste probleem met ACTA betreffende de vrijheid die wij genieten op het internet, is de idee dat ISP’s verantwoordelijk zouden worden voor de acties van hun gebruikers. Dit wil zeggen dat als een telenet-klant een auteursrecht op het internet schendt, Telenet hiervoor verantwoordelijk wordt gesteld. Het betekent dus dat ISP’s zich actief zullen moeten gaan bezig houden met controle en censuur van de gebruiker. Er is geen verdere uitleg nodig om te weten dat dit het internet zou verdelen in kleine gesloten en gecensureerde eilandjes.

De vrijheid staat dus onder druk en aangezien ACTA in het geheim wordt besproken is er een gebrek aan bewustzijn hierover bij jan modaal. Over dergelijke drastische maatregelen is op zijn minst een groot maatschappelijk debat nodig, wat uiteraard zou uitmonden in het afschieten van ACTA.

Hoe deze saga zich zal verder zetten is onduidelijk. Één zaak is zeker: vrijheid op het internet is iets waar keihard voor gevochten zal moeten worden vanaf nu!

Bob van der Vleuten
Ondervoorzitter LVSV Hasselt

Continue reading