Pleidooi voor spontane solidariteit

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten en is tevens beschikbaar als PDF.

Het is mij de laatste weken opgevallen dat het geloof in een spontane interpersoonlijke solidariteit in dit land in het slop zit. Wat mij vooral trof was het ongeloof hierin bij een aantal jonge liberalen. Het is volgens mij een van de tekenen dat de maatschappij die wij in dit land kennen erg afhankelijk is geworden van een overheid die aan herverdeling van de welvaart doet. Ook een teken dat zij zelfs de kracht niet meer heeft zich in te beelden dat er ook zonder een al te grote  overheidsinmenging solidariteit tussen personen kan bestaan. Een zeer donker vooruitzicht volgens mij. Het is hoog tijd rechtsomkeer te maken, voor we allemaal van die duistere gedachte doordrongen zijn.

Om een oud – en voor heel wat mensen controversieel – voorbeeld te geven: de verplichte deelname aan sociale zekerheid zoals de werkloosheidsuitkering, pensioenen, etc. Dit is een van de vormen van ‘verplichte solidariteit’ die opgelegd wordt door de overheid – of de electorale meerderheid zo u wil. In weze is er natuurlijk niets mis met een zekere vorm van vangnet voor zij die bijvoorbeeld tussen twee jobs in zitten en het dus even moeilijk hebben, om maar duidelijk te maken dat ik niet tegen solidariteit als concept ben. Waar ik mij niet in vinden kan is de idee dat deze enkel onder dwang van de overheid kan bestaan, een dwang die het individu op geen enkele manier zelf laat beslissen in hoeverre het er aan wil deelnemen.

Laat ik met u delen wat mij overkwam op de herfstuniversiteit van Jong VLD. Tijdens een discussie betreffende het systeem van onze pensioenen en de zoektocht naar een beter systeem opperde ik op een gegeven moment het volgende: “Laat mensen zelf bepalen in welke mate zij solidair willen zijn met anderen, laat mensen hier vrij in zijn” – kort samengevat en geparafraseerd want ik liet ook een opening voor een laag opgelegd minimum of een keuzevenster dat een bepaalde hoeveelheid verzekerde. De reacties van een aantal aanwezigen klonken mij zeer vreemd in de oren, te weten dat dit een zaal gevuld met liberalen was. “Maar dan zal iedereen toch alles voor zich houden … Je moet dan toch een minimum opleggen … die gedachtengang is naïef” Ik ben hiermee natuurlijk allerminst akkoord.

Echter dringt zich dan de volgende vraag op: “waarom denkt men zo? Hoe is het zo ver kunnen komen?”. Mijn antwoord op die vraag is rechtstreeks gelinkt met de huidige staat van onze samenleving en grootschalige organisatie van verplichte solidariteit. Natuurlijk zou niemand in het huidige systeem ervoor kiezen om zelf nog aan enige echte vorm van spontane solidariteit te doen, er is daar totaal geen aanmoedigingsgegeven voor. Men denkt, dankzij het bestaan van de verplichte solidariteit, dat men via de sociale bijdrage al genoeg heeft gedaan – gezien de huidige belastingsdruk en verspilling van de overheid is dat ook zo – en dat het aan de overheid is om te zorgen dat de fondsen goed worden aangewend ter bevordering van ‘de kleine man’. En daar zit dus het probleem: er bestaat een mentaliteit die zowel het gevolg als de oorzaak is voor het bestaan van een verplichte solidariteit. Een systeem dat overigens serieuze barsten vertoont.

De oplossing hiervoor is verder durven kijken dan het rookgordijn der verplichte solidariteit en de emotioneel gevoerde propaganda ervoor. Het is mijn overtuiging dat we nood hebben aan een maatschappij die doordrongen is van de mentaliteit dat we uit eigen beweging voor eenieder in de bres springen als dit nodig is. Zulke mentaliteit kan enkel bestaan indien het individu vrij is van lasten die volgens hem deze noden al invullen. Zonder hoge lasten houden wij meer van onze verdiensten over en hebben we dus meer vrijheid om onze inkomsten naar eigen goeddunken te beheren. Het is dan ook niet meer dan normaal dat een deel hiervan besteed zou worden aan onze medemens

Spontane solidariteit is dus echt niet zo vreemd of radicaal, indien we dit durven inzien zullen we overigens een sociaal voelendere maatschappij hebben dan die we nu kennen.

Ik kan begrijpen dat vele lezers van deze tekst zullen denken: “dit is een pure utopie” en voor een deel dien ik hen gelijk te geven. Het zou een utopie zijn te denken dat de mentaliteitswijziging en beleidsveranderingen die we nodig hebben met een vingerknip kunnen plaatsvinden. Op termijn zit er echter niets anders op: het huidige systeem heeft haar mislukte werking aangetoond en de maatschappelijke voeling van het individu gaat er op achteruit. Het is nu tijd om de koers van het schip te veranderen zodat onze opvolgers kunnen genieten van échte vrijheid, verantwoordelijkheid en spontane solidariteit.

Tenslotte: een verplichte solidariteit is geen solidariteit.

Vettaks of geen vettaks?

Dit opiniestuk werd geschreven door Niels Appermont, oud politiek secretaris van LVSV Hasselt en huidig bestuurslid bij LVSV Leuven. Het is tevens beschikbaar in PDF

Kort geleden raakt het nieuws bekend dat de Deense overheid als eerste in West-Europa een zgn. vettaks zou invoeren. Concreet betreft het een belasting op allerlei voedingswaren die (veel) verzadigde vetten bevatten, en dus worden beschouwd als ongezond. Door de nieuwe taks zou de Deen circa 2.16 EUR meer moeten betalen per kilo verzadigd vet in levensmiddelen. De staatskas zou hier op termijn ongeveer 200 miljoen euro rijker van worden.

De invoering van zo’n taks deed een (vaak kort) debat opwaaien in andere Europese landen. Ook in België bleef de taks niet onbesproken. SP.A. senator en gynaecologe Marleen Temmerman sprak zich al uit voor zo’n taks, maar werd teruggefloten door kersvers SP.A. voorzitter Bruno Tobback, die stelde dat “preventie via een taks geen efficiënte maatregel is.” [1] Ook andere partijen, zoals de NV-A spraken zich uit tegen zo’n taks.

Maar zoals iedereen weet is de publieke opinie, en dus ook de politieke opinie, nogal onderhevig aan verandering. Het is dus niet omdat men vandaag niet veel heil ziet in zo’n taks dat er enige garantie bestaat dat deze houding ook zal aanblijven.
Niet in het minst omdat vandaag de dag een relatief hoog percentage van de bevolking kampt met overgewicht. Enkel de toekomst kan uitwijzen wat hiervan de gevolgen zullen zijn.

Het voornaamste argument van zij die pleiten voor zo’n belasting komt in feite neer op de bewering dat vandaag de dag te veel mensen kampen met overgewicht en dat dit ook druk zet op de sociale voorzieningen. Overgewicht en de ziektes die ermee gepaard gaan kunnen de maatschappij nogal wat kosten. Bovendien vormen hart- en vaatziektes nu al één van de grootste, zoniet de grootste doodsoorza(a)k(en) in West-Europa. De consumptie van vet voedsel terugdringen zou dus wel zeker positieve effecten kunnen en moeten hebben, aldus de voorstanders.

Echter, hun argument is problematisch om een aantal verschillende redenen, zoals we hier zullen bespreken.

Eerst en vooral lijkt hun argument gestoeld op een stroming die, in politiek-filosofische kringen, door het leven gaat onder de naam “utilitarisme”. In feite streeft het utilitarisme naar the greatest happiness for the greatest number of people, het streven naar het maximaal haalbare geluk voor zo veel mogelijk mensen.[2] Voor de economisch geschoolden onder ons doet dit denken aan een soort pareto-efficiëntie, de toestand waarbij alle individuen zo goed mogelijk af zijn, en waar geen verbetering kan worden in aangebracht voor de éne, zonder dat anderen daarbij verliezen.

De vergelijking met de economie is in deze niet eens zo vergezocht, aangezien de politiek-filosofische stroming van het utilitarisme de (quasi-)wiskundige methodologie van de economie heeft overgenomen (die op haar beurt schatplichtig is aan de exacte wetenschappen).
Concreet haalt men in dit soort discussies, zoals o.a. ook in de discussie rond het rookverbod, aan dat de maatregel ertoe zal leiden dat het aantal hart- en vaatziektes zal verminderen en dat meer mensen naar een gezondere levensstijl zullen moeten overstappen. Men voert de discussie met andere woorden in (quasi-)wiskundig-statistische gegevens. De denkoefening die men maakt is eigenlijk rechtstreeks gekopieerd uit de economische (of eerder econometrische?) wetenschap: men maakt een sociale kosten-batenanalyse op basis van die cijfers die men mee in rekening neemt, ook al stelt men dit niet altijd even expliciet, aangezien men de methode vaak invoert door de omweg van de kosten die men zou besparen in de sociale zekerheid.
Want natuurlijk is het zo dat, om de kosten van de sociale zekerheid te drukken er eerst minder mensen last mogen krijgen van ziektes.
Deze vermindering wilt men dan in concreto bewerkstelligen door het invoeren van een vettaks.

Het probleem met deze “sociale kosten-batenanalyse” wordt pas duidelijk als men beseft dat het gebruik van economische methoden ook de gelding van economische wetmatigheden met zich mee kan brengen.

Reeds in de 19e eeuw stelde de Franse econoom en filosoof Fréderic Basiat in zijn werk ce qu’on voit et ce qu’on ne voit pas dat elke beslissing verborgen kosten met zich meebrengt. Bastiat beweerde terecht dat men vaak enkel oog heeft voor de directe, zichtabare gevolgen van economische beslissingen en gebeurtenissen, terwijl men andere onzichtbare gevolgen buiten beschouwing laat. [3]

Welnu, één van de onzichtbare(?) gevolgen is mijns inziens een verlies aan menselijke vrijheid en het creëren van een bepaalde instelling onder de mensen die aan het vrijheidsverlies ten grondslag ligt: het willen in bedwang houden van de medemens en de bereidheid om diens persoonlijke vrijheid daartoe te ontnemen, teneinde een bepaald doel te bereiken dat men persoonlijk wenselijk vindt (zoals het streven naar een gezondere maatschappij).

Zo zal men in Denemarken meer moeten betalen dan men had moeten doen in andere omstandigheden voor een kilo gehakt. Hoewel men dus nog keuzevrijheid overhoudt is dit nu (nog meer als het al was) een gemodificeerde keuzevrijheid geworden: de overheid legt een extra gewicht in de schaal die de teller naar de juiste richting moet doen doorslaan.

Het problematische is nu dat deze subjectieve belevingen (vrijheid en de genoemde opstelling ten opzichte van de medemens) op geen enkele wijze in de utilitaristische kosten-batenanalyse kunnen worden verdisconteerd. Men neemt ze gewoon niet mee in rekening, want dit kan ook niet. Het vrijheidsverlies kan onmogelijk in utilitaristische termen worden berekend en er wordt aldus gewoon aan voorbij gegaan in deze denkwijze.

Het individu en diens vrijheden worden aldus gewoon gereduceerd tot een wiskundige eenheid die mee in de grote statistieken en berekeningen van de utilitaristische blender wordt genomen, zonder dat men nog enige rekenschap dient te geven aan de zaken die men hiermee gewoon voorbijgaat, hetgeen mijns inziens getuigt van weinig respect voor (de rechten van) de medemens.

De vraagt stelt zich dus of deze “sociale kosten-batenanalyse” wel een waarheidsgetrouw beeld geeft, of zelfs maar kan geven, van de reële situatie.

Naast deze, eerder filosofische, kwestie is er nog een tweede probleem met het genoemde argument, dat de kosten voor de sociale zekerheid, en dus de belastingbetaler hoog oplopen indien men de algemene eetgewoonten niet wijzigt.

Mijns inziens is dit een “achterwaartse” redenering: men vertrekt vanuit de idee dat de belastingsbetaler moet opdraaien voor deze ziektes en dat het daarom dan maar aan de overheid is om dit gedrag in de kiem te smoren, want het zou toch eigenlijk niet mogen dat de belastingsbetaler opdraait voor de stommiteiten van iemand die zijn gedrag perfect had kunnen wijzigen?
Maar eigenlijk is het in de eerste plaats de overheid zelf die de plicht oplegt waardoor dit bepaald gedrag ten laste komt van de belastingbetaler…
Als men er dan toch van overtuigd is dat de belastingbetaler niet zou moeten tussenkomen voor zulke vermijdbare ziektes moet hij dat ook gewoon niet doen. Dat elimineert direct ook de basis waarop de bijkomende regelgeving gestoeld is.

Het probleem is alleen dat de belastingbetaler geen zeggenschap heeft over waarvoor zijn gelden zullen toe worden aangewend. Meer nog: juridisch is dit één van de kenmerken die “algemene” belastingen onderscheiden van andere fiscale instrumenten als geoormerkte belastingen of retributies.

Eigenlijk stelt men dus voor om de belastingbetaler een extra taks te doen betalen, omdat de belastingbetaler al belastingen betaalt voor de gezondheidszorg !

Het staat dus als een paal boven water dat in de eerste plaats de staatskas baat heeft bij zo’n taks en niet direct de belastingbetaler, die eigenlijk dubbel mag opdraaien (want het valt nog maar te bezien of de sociale bijdragen hierdoor effectief zullen dalen).

Al bij al kunnen we dus concluderen dat de zogeheten vettaks niets meer is dan een lapmiddel voor iets wat beschouwd wordt als een falen in het van overheidswege opgezette systeem van gezondheidszorg, en dat bovendien gestoeld is op erg dubieuze gronden.

Indien men het dan toch onrechtvaardig vindt dat de ziekteverzekering de kosten dekt van de gevolgen van een bepaalde eetcultuur, zijn er een aantal minder vrijheidsbeperkende oplossingen van het extra belasten van het zogenoemde probleem, waarbij de vrijheid, en dus de verantwoordelijkheid bij de consument zelf ligt. Want men moet altijd in het achterhoofd houden dat die wie pleit voor vrijheid, ook pleit voor verantwoordelijkheid.

Men kan toch moeilijk spreken van het responsabiliseren van mensen teneinde hun eetgewoontes te verbeteren, als men de gevolgen van die gewoontes collectiviseert over iedereen die eens een hamburger wilt eten?

Gelukkig zijn de meeste mensen anno 2011 genoeg geïnformeerd om te beseffen dat een bourgondische eetcultuur zekere gevolgen met zich kan meebrengen. En als iemand beslist om er zo’n gewoonten op na te houden, wie zijn wij dan om in zijn of haar vrijheid te beperken?


[1] Zie: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111003_014
[2] Hoe men dat geluk dan moet meten, als zoiets al mogelijk is, is vanzelfsprekend een interessant topic, waar in deze tekst niet verder zal worden ingegaan.
[3] Zo gaf Bastiat als voorbeeld dat, wanneer een kwajongen de ruit van een bakker stuk gooit, dit op het eerste zicht economische welvaart zou creëren. De glasmaker kon nu een nieuwe ruit maken, en de economie bleef aan de gang. Men verliest volgens Bastiat uit het oog dat dat de bakker dit geld misschien had kunnen aanwenden om een nieuw pak te kopen. De maatschappij was nu armer af dan ze had kunnen zijn: in plaats van een ruit EN een pak had de bakker nu enkel een ruit. Maar dit verlies is niet zichtbaar, noch tastbaar, omdat het pak nooit gemaakt zal worden, en wordt daarom over het hoofd gezien.
[4] Hier wordt geen conceptueel of juridisch onderscheid gemaakt tussen belastingen en sociale bijdragen, aangezien ze voor de afdrager op hetzelfde neerkomen, voor wat dit opiniestuk betreft.

Open brief aan de G1000 burgertop

Naar aanleiding van de publicatie van het manifest betreffende de G1000 burgertop stelde LVSV Hasselt een brief op gericht aan David Van Reybroeck en de VZW Burgertop. Deze brief werd verzonden op 29 augustus 2011 en is tevens in PDF beschikbaar.

Kritische blik op de G1000

Geachte heer Van Reybroeck,
Geachte dames en heren van de VZW Burgertop,

Met belangstelling hebben ondergetekenden, de studenten van het Liberaal Vlaams Studentenverbond Hasselt, de berichtgeving in de media met betrekking tot het door u gelanceerde project ‘G1000’ gevolgd en het door u opgestelde manifest doorgenomen. Wij delen de gemaakte analyse van een crisis die breder is dan het Belgische, met name een crisis van de democratie. Ook wij zijn van mening dat het huidige model op een aantal grenzen stoot. De veelheid aan verkiezingen, de particratie, de mediatisering en de volatiliteit van de kiezer zijn maar enkele van die grenzen.

Echter, de door u voorgestelde oplossing van een deliberatieve democratie waarvoor 1000 burgers zonder politieke banden geselecteerd worden om het land te representeren en standpunten over allerhande thema’s in te nemen, stuit ons inziens op een aantal fundamentele bezwaren. Vooreerst is er de vooronderstelling van de ongebondenheid van de uitverkoren burgers. Aangezien ze worden geselecteerd vanuit de ondertekenaars van het manifest staat een politieke interesse -hoe gering ook- vast, en daarmee ook een verhoogde kans op een partijvoorkeur. Niets sluit bovendien uit dat de uitverkoren burgers deel uitmaken van een partij of zelfs mandataris zijn. Kortom, de politieke neutraliteit noodzakelijk voor ongebondenheid, kan onmogelijk bij alle 1000 deelnemers verondersteld worden.

Een tweede punt van kritiek is de selectieprocedure van de 1000 gelukkigen. Ofwel is democratie direct en heeft elke burger een gelijke stem in elke beslissing. Ofwel is democratie indirect en heeft elke burger een gelijke stem om de vertegenwoordigers te verkiezen. Een trekking per lot of een selectie door een bureau valt onder geen van de voornoemde limitatieve democratische vormen en sluit de overgrote meerderheid van de mensen uit van debat, waardoor het hart van de democratie niet meer kan kloppen. Uw project gaat op deze manier dan ook lijnrecht in tegen het door u vooropgestelde doel van het verbreden van het democratisch proces.

Een laatste kritiek betreft de feitelijke onhaalbaarheid van het project: het kan geen concrete en onderbouwde antwoorden bieden op de uitdagingen waar ons land voor staat. Naast het beperkte tijdskader – zelfs met inbegrip van een derde fase – is er een kennisachterstand van de deelnemers die onmogelijk op zulke korte termijn bij te schaven valt. Zelfs mensen die al jaren in het vak zitten (als men daarover kan spreken als men het over politiek heeft) worden omringd door verschillende personen met een specifieke kennis. Ook de partijen en parlementen hebben vaak een eigen studiedienst waarvan de 1000 uitverkorenen geen gebruik kunnen maken. De gevolgen laten zich al raden: antwoorden die verzanden in abstracties, evidenties en een gebrek aan inhoud, coherente visie en diepgang.

Wij, liberale studenten in Hasselt en Diepenbeek, zien dan ook meer heil in een herstel (of introductie) van de indirecte parlementaire democratie. Concrete maatregelen hiertoe kunnen liggen in:

  • het laten samenvallen van de federale en deelstatelijke verkiezingen;
  • het invoeren van een federale kieskring;
  • het aanmoedigen van nationale partijvorming en interdeelstatelijke allianties of kartels;
  • het afschaffen van de lijststem;
  • het afschaffen van de opvolgers;
  • het beperken van de wetgevende functie van de uitvoerende macht;
  • het instellen van een plicht voor verkozenen hun volledig mandaat uit te zitten;
  • het aanmoedigen van meer informatieve media in zowel kwaliteit als kwantiteit;
  • het voorzien in volledige transparantie betreffende het beleid, op toegankelijke manier voor de burger;
  • het afschaffen van de stemplicht.

Bovendien is de situatie waarin de Belgische politiek zich momenteel bevindt vooral een situatie die ze aan zichzelf , haar omvang en haar eigen machteloosheid te danken heeft. De problemen zijn van eigen makelij en tonen vooral aan dat er geen nood is aan meer politisering zoals het initiatief dat u naar voor brengt, maar net minder. We hebben nood aan een kleinere werkbare staat waarbij een efficiënte en doelgerichte politiek gevoerd kan worden in dienst van de burgers.

Als het doel een meer democratische besluitvorming is, zijn de voorgaande suggesties de te verdedigen oplossingen die ons aller inspanningen verdienen. Wij hopen dan ook dat u onze bezorgdheid voldoende ter harte neemt en onze voorstellen in overweging houdt.

Met liberale groeten,
In naam van het bestuur van het Liberaal Vlaams StudentenVerbond Hasselt,

Gilbert M. Nijs – Voorzitter
Bob van der Vleuten – Vice-Voorzitter
Roel Van Eetvelt – Politiek Secretaris

Over de crisisbelasting voor de ‘superrijken’

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten en is tevens beschikbaar als PDF

Na Warren Buffet en de Franse top van het zakenleven pleit nu ook burggraaf Davignon voor een crisisbelasting voor ‘superrijken’. “Natuurlijk moet de overheid in de eerste plaats zelf besparen. Maar ik besef dat we er daarmee alleen niet zullen komen als we tegen 2015 de begroting in evenwicht willen krijgen. Daarom vind ik een tijdelijke belasting aanvaardbaar” [1]

Ik kan begrip opbrengen voor die denkwijze maar stel me dan meteen de vraag: “waarom, indien men zelf vraagt voor een belasting, moet die dan nog verplicht opgelegd worden?” Indien een individu zich moreel verplicht voelt om de overheid uit haar hachelijke zelf gegraven financiële put te helpen, laat hem/haar dan vrij om dit uit eigen beweging te doen. Indien mensen zoals de burggraaf willen bijdragen aan het dichten van het gat in de begroting, laat hen het geld onvoorwaardelijk overmaken aan de staatskas. We hebben daarvoor geen zoveelste belasting nodig die wordt opgelegd op een bepaalde groep van de bevolking, wie deze groep ook zijn moge. Indien de ‘superrijken’ vinden dat zij hun vermogen dienen te delen met anderen hoeft dit niet via de overheid te gaan, genoeg privé-projecten en vzw’s die men kan steunen zonder overheidsinmenging.

Het is mijns inziens geen goed idee van de overheid nu te helpen met het opstellen van een begroting in evenwicht door ze van meer middelen te voorzien. Nu politici eindelijk het besef beginnen te krijgen dat onze overheden inefficiënt werken en boven hun stand leven, wordt het tijd dat zij dit besef koppelen aan ernstige en duurzame maatregelen voor een efficiënte werking van de overheid die tot essentiële zaken herleidt wordt. Het toestoppen van inkomsten door lastenverhogingen of schenkingen zal enkel tot een relativering van dit cruciale besef leiden.

Onze overheid is verslaafd aan haar uitgavendrift, een verslaafde help je niet van zijn verslaving af door hem nog wat van het goedje toe te stoppen dat de verslaving in de eerste plaats veroorzaakt.

[1] deredactie.be: “Crisisbelasting zal mijn levensstijl niet veranderen” - http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/110826_davignon_Crisisbelasting

Pleidooi voor een open en neutraal internet en een competitieve markt in Vlaanderen

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten en is tevens beschikbaar als PDF

Een open en neutraal internet

Vrijheid vormt een van de belangrijkste aspecten van de filosofie achter het internet. Het internet is zo opgebouwd en op een dergelijke manier gegroeid dat het opleggen van sterke restricties bijkomende negatieve bijwerkingen met zich meebrengen en tevens moeilijk zijn om te implementeren. Doch is het beperken van de vrijheid van de eindgebruikers (wij allen) door een Internet Service Provider (Telenet, Belgacom,etc.) een fluitje van een cent.
Continue reading

Tijd voor een ‘NO LIE’-zone boven de EU

Dit opiniestuk werd geschreven door Kevin Englicky en is tevens tevens beschikbaar op zijn blog

Wat binnen het Libertarische kamp reeds gevreesd werd sinds de aankondiging van de militaire interventie in Libië dreigt nu werkelijkheid te worden. Wat begon als het afdwingen van een ‘no fly zone’ boven de Afrikaanse staat en al vlug escaleerde tot het bombarderen van gronddoelen, later in directe coördinatie met de rebellen, lijkt nu een open grondoorlog te worden. De Guardian meldt vandaag dat de EU wacht op een groen licht van de VN om maar liefst 1.000 grondtroepen naar de belegerde stad Misrata te sturen. Tegelijkertijd bereikt ons van over de Atlantische Oceaan het bericht de VS zich eveneens opmaakt voor het sturen van grondtroepen. Het is wachten op de goedkeuring van de Verenigde Naties, als valse morele ondersteuning, voor een derde onnodige oorlog realiteit wordt.
Continue reading

Rookverbod

Dit opiniestuk werd geschreven door Kevin Englicky en is tevens beschikbaar op zijn blog

Eerder deze week oordeelde het grondwettelijk hof dat het onderscheid tussen horecagelegenheden waar gegeten kan worden en de simpele cafés, met betrekking tot het rookverbod, een vorm van discriminatie was. De prachtige voorzet die het grondwettelijk hof hier gaf werd door de politiek, in een prachtig voor-ingestudeerd nummertje, in eigen doel getrapt. De hamer was nog maar net gevallen of de politiek, NV-a op kop, stond al klaar met een algemeen rookverbod vanaf 30 juni. Het is opmerkelijk dat hetzelfde grondwettelijk hof in 2007 oordeelde dat BHV nog in hetzelfde jaar gesplitst moest worden…we wachten nog altijd. Wanneer het echter is om de burger een kl**t af te draaien schieten ze wel wakker in Brussel. Over het feit dat de discriminatie waar het hof over sprak ook weggewerkt kon worden door het verbod in restaurants op te heffen werd zelfs niet gesproken. Natuurlijk niet! een eerlijk debat? In dit land?
Continue reading

Quota en Discriminatie

Dit opiniestuk werd geschreven door Niels Appermont en is tevens beschikbaar als PDF

Anno 2011 is discriminatie nog steeds een hot topic, ook op de werkvloer. Hiervan getuigt het voorstel dat door de bevoegde Kamercommissie in het Federaal parlement werd aangenomen. Over een aantal jaren zullen alle beursgenoteerde bedrijven voor minstens 30% vrouwen in hun raad van bestuur moeten hebben.
Continue reading

De kruistocht tegen de rokers

Dit opiniestuk werd geschreven door Gilbert M. Nijs voor publicatie in een gala uitgave van LVSV Brussel en is tevens beschikbaar als PDF

Het thema rookverbod is weer brandend actueel. De Europese Commissie werkt momenteel aan een voorstel om het roken in alle openbare plaatsen te verbieden, en uiteraard bij wijze van Europese eenheid, zal dit verbod in alle EU-landen zonder pardon en uitzonderingen gelden. België, een land dat er zelf een gigantisch overheidsapparaat op na houdt en zich maar al te graag weerspiegelt in de regelneverij van de Europese Unie (of staat het complexe België nu net model voor de EU?), probeert alvast als overijverige lidstaat te anticiperen op de nieuwe regeling die nog niet van kracht is. Hier ten lande wil men het rookverbod alvast uitbreiden naar alle horeca-etablissementen, ook vanwege het gelijkheidsprincipe. Ja inderdaad, ook die kleine, gezellige cafeetjes om de hoek, daar waar het volk nog bij elkaar komt en boer, mijn excuses, agrariër Frans zijn pijp, kassierster Anita uit de buurtsupermarkt haar sigaretje en de lokale dorpstycoon Jean-Luc zijn sigaar rookt, blijven niet meer gespaard. Echter niet getreurd, de overheid meent het toch enkel goed met ons! Of toch de zoveelste vorm van onnodig overheidspaternalisme? Laten we in deze kwestie even enkele aspecten op een rij zetten.
Continue reading