#VK2012: Voorakkoorden en opportunisme

Etienne Schouppe deed recent heel wat stof opwaaien door te beweren dat er naar zijn schatting zo een 275 van de 308 Vlaamse gemeenten al een voorakkoord hadden bereikt. Deze ‘bekentenis’ schoot zijn partijvoorzitter in het verkeerde keelgat en floot hem meteen terug. Dit doet ons de vraag stellen hoe koosjer dit soort akkoorden zijn.
Zou het niet interessant zijn om voor de verkiezingen reeds kenbaar te maken aan de kiezer wat de politieke intenties zijn na 14 oktober, zodat de burger een geïnformeerde en weloverwogen stem kan uitbrengen?

Johan Ackaert reageerde op de uitspraak van Schouppe in De Tijd en stelde dat zo een voorakkoord een louter inhoudsloos politiek ritueel is. Mijn inziens zijn deze geheime akkoorden fundamenteel in strijd met de democratie. Deze bestuursvorm hoort immers gebaseerd te zijn op de instemming van het volk. De kiezer wordt echter misleid door halve waarheden, onvolledige informatie en loze beloften.

De verschillende politieke partijen gooien – in aanloop naar de verkiezingen – maar al te graag met modder naar elkaar. Zowel rechtstreeks via de verschillende (sociale) media als onrechtstreeks door subtiele steken onder water brengen ze elkaar mokerslagen toe. Opvallend is dat ze achter de schermen wel in staat blijken om een akkoord met elkaar te vinden. De vraag dringt zich op over hoe waarheidsgetrouw deze politieke kopstukken zijn met hun geheime agenda’s.

Door reeds voor de verkiezingen over te gaan tot het sluiten van dit soort akkoorden wordt het voor veel politieke partijen op voorhand al onmogelijk om een deel van hun voorgestelde beleidprogramma’s uit te voeren eens er een coalitie gevormd is en de zetels verdeeld zijn. Ik vraag mij dan ook af of deze houding niet in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het vertrouwensbeginsel. Het gaat immers om beloftes waarvan men op voorhand weet dat men deze gecreëerde verwachtingen niet zal kunnen inlossen.

Compromis Belge

Neem bijvoorbeeld een paarse coalitie. De linkse partijen zullen naar de kiezer trekken met een sociaal programma dat een actieve overheid vereist, terwijl de rechtse partijen te veel overheidsinterventie net schuwen. Een poging van de ene zal hoe dan ook afgeketst worden met een ‘nee’ door de andere partij. Dit leidt tot stagnering en kan bijgevolg maar bitter weinig verandering teweeg brengen. Er kan geargumenteerd worden dat er niet altijd fundamentele verandering noodzakelijk is, toch is het zo dat innovatie nodig is om tot creatieve oplossingen te komen voor de vaak praktische problemen die zich op gemeentelijk niveau stellen.

Het kan echter zo zijn dat er een compromis Belge bereikt kan worden waarbij geven en nemen centraal staat. In zo een voorakkoord kan dan reeds zijn opgenomen dat de ene partij zijn beleid zal mogen doordrukken op punt A, terwijl het dan wel een toegeving zal moeten doen op punt B. De vraag stelt zich hier opnieuw over de verenigbaarheid hiervan met de democratische beginselen die door onze rechtsstaat beheerst worden.

Wanneer deze voorakkoorden op voorhand bekend gemaakt zouden worden aan de kiezer, dan zou deze de kans krijgen om mee te bepalen hoe de inhoud van een beleid er uit zou gaan zien. Op die manier zou het een beter geïnformeerde stem kunnen uitbrengen en een vertegenwoordiger kiezen die hun werkelijke belangen kan en wil behartigen.

Opportunisme

De lijsttrekkers van afgelopen gemeenteraadsverkiezingen van de verschillende politieke partijen waren niet de minste in de Vlaamse steden. Naar mate de verkiezingen naderden, kwam er steeds vaker kritiek over hoe zeer deze kopstukken wel geïnteresseerd waren in de sjerp. Het leek er immers op dat velen van hen een zekere prestige aan ‘hun’ lijst wilde toekennen door er bekende politici op te zetten. Zo verhuisde Turtelboom toevallig naar Antwerpen. Haar plotse verandering van woonplaats deed niet enkel vragen rijzen bij de Antwerpenaar, maar ook binnen haar partij zorgde dit voor de nodige wrevel. Minder bekende politici, maar wel rasechte Antwerpenaren werden terzijde geschoven omdat onze minister van Justitie het burgemeesterschap plots ambieerde. ‘Quid met haar ministerpost?’, hoor ik u al denken, we zullen het echter nooit weten want ze ging faliekant onderuit en moest het onderspit delven ten gunste van De Wever.

In Hasselt blijft deze vraag niet onbeantwoord. Lijsttrekker van dienst voor de CD&V was niemand minder dan onze Europees Parlementariër Ivo Belet. Ook hij deed een gooi naar het burgemeesterschap. In de loop van de bekendmaking van de verkiezingsuitslag bleek echter al gauw dat er een akkoord bestond met Helemaal Hasselt, – u weet wel – het kartel van de socialistische Claes met groen en nog een aantal onafhankelijken. Achteraf gezien zat Belet in een win-win situatie: hij was toch al zeker van zijn Europees mandaat en het burgemeesterschap zou een leuk extraatje zijn voor zijn partij. Ondanks het grote verlies van Claes slaagde zij er toch nog net in om samen voldoende zetels te behalen waardoor Belet én Claes net niet in de oppositie geduwd werden. De werkelijke winnaar werd bijgevolg in de oppositie geduwd.

Democratie in de 21e eeuw

Een voorakkoord an sich lijkt niet verkeerd, maar wat er ontbreekt is een informatief component ten aanzien van de kiezers. Door deze akkoorden bewust verborgen te houden, bevestigen politici het ondeugdelijk karakter er van.
Transparantie zou een meerwaarde kunnen vormen om het begrip ‘democratie’ een moderne invulling te geven. Dit begrip zou dan gekenmerkt kunnen worden door enerzijds openheid en anderzijds actieve inspraak van de burger die de mogelijkheid krijgt om een weloverwogen stem uit te brengen om te kiezen, voor een beleid dat het dichtst aanleunt bij een beleid dat zijn belangen zou kunnen dienen.

Anne Wils
Aspirant bestuurslid
LVSV Hasselt

Comments are closed.