Vakbonden: “Werklozen aller landen verenigt u”

Het bestaande model van de Belgische welvaartstaat staat onder druk en wie het verouderde systeem onder de loep neemt, zal opmerken dat de vakbonden en bij uitbreiding het ganse middenveld een niet te onderschatten en bij momenten vreemde rol vervullen. Als hervormingen ter sprake komen levert dit keer op keer het nodige vuurwerk op, zoals recentelijk nog bleek bij het debat over het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. Ondanks het belang (of net omwille van het grote belang) van deze thema’s zorgt de wijze waarop sommige (politieke) partijen zich roeren ervoor dat structurele maatregelen vaak achterwege blijven. Binnen dit kader is de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen door de vakbonden een onderwerp van discussie dat eens om de zoveel tijd weer boven water komt. Dit maal was het Vlaams minister Geert Bourgeois die enkele weken geleden in het veelbesproken interview met de De Standaard, de knuppel opnieuw in het hoenderhok gooide.

Tegenstanders van het huidige systeem opperen veelal voor een uitbetaling door de overheid. In de eerste plaats kan men zich afvragen of een dergelijke werking efficiënter zou verlopen. Op dit moment wordt het geld namelijk centraal verzameld door de parastatale RVA, die op die manier als tussenstation dienst doet. Vervolgens worden de uitkeringen uitgegeven via de verschillende vakbonden, zijnde ABVV, ACV en ACLVB, en de openbare hulpkas (HVW). Aangezien via een rechtstreekse uitbetaling een (overbodige) schakel uit het systeem wordt gehaald, kan men er van uitgaan dat de werkingskosten zouden dalen. Toch is dit argument voor discussie vatbaar omdat een zekere competitie tussen de vakbonden onderling, volgens sommigen een betere service oplevert. O.a. Jan Vercamst, voorzitter van het ACLVB, hamerde hier sterk op tijdens zijn lezing bij LVSV Hasselt (29/04/’13). Dit gezegd zijnde, zijn er ook aspecten aan het huidige systeem die net iets minder koosjer zijn.

De uitbetaling via de vakbonden is in feite een erfenis van de verzuiling. In een verzuilde maatschappij was die werking zelfs logisch vermits de kleur van iemands zuil, zijn ganse doen en laten bepaalde. Wie bijvoorbeeld in een rood nest geboren werd, droeg de socialistische waarden meestal zijn ganse leven mee. Bovendien groeide het systeem van werkloosheidsuitkeringen vanuit de zuilen zelf, alvorens de overheid dit systeem voor een deel institutionaliseerde. In die tijd was er dus werkelijk nog sprake van solidariteit tussen ‘gelijkgezinden’. De ontzuiling gedurende de tweede helft van de 20ste eeuw, maakt dat we het middenveld vandaag in een heel ander perspectief dienen te plaatsen. De zwevende kiezers zijn daar een uitstekend voorbeeld van. Zo stemden volgens een onderzoek van Prof. Swyngedouw (KU Leuven) bij de federale verkiezingen van 2010 slechts 23 procent van de ongeveer 700.000 Vlaamse ABVV-leden ook effectief op SP.A.

Hoe is het dan in godsnaam mogelijk dat de vakbonden nog steeds zoveel leden hebben als slechts een minderheid van haar leden dezelfde politieke kleur vertegenwoordigd? Wel dat hebben ze onder meer te danken aan de uitgebreide bevoegdheden waarover ze beschikken. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat het lidmaatschap van een vakbond noodzakelijk is om bijvoorbeeld over een werkloosheidsuitkering te kunnen beschikken. Uiteraard kan men die ook doodeenvoudig via de zogenaamde openbare hulpkas bekomen, maar de vakbonden beweren extra voordelen te bieden. Een syndicatiegraad die ongezien is in vergelijking met onze buurlanden is het gevolg.

Eerst en vooral levert dit een contradictie op die bijna lachwekkend is. Vakbonden zijn in het huidige systeem gebaat bij werkloosheid. Want werkloosheid levert hen meer leden op, die zorgen voor meer inkomsten. Geen wonder dus dat zowat een derde van alle gesyndiceerden werkloos is. Volgens mij heeft dit nog bitter weinig te maken met het primaire doel van deze organisaties.

Daarnaast heeft de hoge syndicatiegraad dus tot gevolg dat de vakbonden in dit land nog steeds erg machtig zijn. Men kan zich afvragen waarop die macht gebaseerd is en in welke mate leden volledig instemmen met de waarden die deze organisaties uitdragen? Als mensen kiezen voor lidmaatschap van een vakbond om te kunnen beschikken over een werkloosheidsuitkering, is het dan geen tijd voor een kerntakendebat wat het middenveld betreft?

Ondertussen is de realiteit wel wat ze is. Als er al sprake is van sociaal overleg, leidt dit amper nog tot oplossingen. Een interprofessioneel akkoord is al helemaal uit den boze, stakingen dreigen meer regel dan norm te worden. Kan men dan überhaupt nog over sociale ‘partners’ spreken?

In deze economisch barre tijden is het uitermate belangrijk maatregelen te nemen, die ons wapenen voor de toekomst. Toch lijkt het soms alsof werknemersorganisaties er enkel een kortetermijnvisie op na houden, en niet beseffen dat ook de welvaart en werkgelegenheid van zowel werknemers als werkgevers op lange termijn op het spel staat. Medewerking aan een flexibilisering van de arbeidsmarkt en constructieve samenwerking bij herstructureringen en hervormingen (i.p.v. onmiddellijk de stakingspiketten boven te halen) zouden een eerste stap in de goede richting zijn. Het is hierbij geenszins de bedoeling dat het doel van de vakbonden hiervoor moeten wijken. Het verdedigen van de belangen van werknemers staat steeds voorop, en jawel dat kan ook op positieve wijze.

Pierre Caron
Aspirant 2012 – 2013
Penningmeester 2013 -2014
LVSV Hasselt

Verhaal van een pervers schaalvoordeel

In het licht van de sluiting van Ford Genk staat politiek en syndicaal Vlaanderen, en zelfs België, op zijn kop. Emotionele pleidooien in de Kamer, een eis voor een hallucinant brugpensioen, uitingen van medeleven door de premier, het uitschelden van ministers voor boskabouter, het oprichten van een nogal vaag omschreven ‘task force’, etc. Alle hens aan dek om de Genkse arbeiders te redden.

Elk jaar gaan ettelijke KMO’s over de kop, met ontslagen tot gevolg. Mensen die jaren bij dezelfde werkgever werkten belanden op straat en moeten op zoek gaan naar een nieuwe bron van inkomsten. Elk jaar duizenden arbeiders en bedienden. En dan is de reactie van onze politici en de syndicale kameraden: “Kop in’t zand!” Hervormingen van de arbeidsmarkt zijn nergens te bespeuren. Halfslachtige, reeds gefaalde maatregelen worden opnieuw toegepast, de lasten op arbeid blijven ongewijzigd, etc.

Wanneer er echter ontslagen van dergelijke schaal bij één bedrijf, op één moment plaatsvinden, dan zijn deze plots wel van belang. Dan dienen de ontslagen werknemers “gered” te worden. Dan zijn de ontslagen een argument voor allerhande linkse en rechtse ideeën, slogans en maatregelen. Dan moet een brugpensioen op 50 kunnen. En dan huilt men op het spreekgestoelte van de Kamer.

Ocharme, de anonieme werkman die gisteren zijn baan verloor omdat de KMO waar hij werkte, kopje onder ging. Hij is tot tweederangs arbeider gedegradeerd. Zijn problemen zijn niet het gevolg van een massaontslag, waardoor hij dus blijkbaar de aandacht van vakbonden en overheid niet waard is. Hoewel zijn zorgen en problemen van dezelfde aard zijn als die van zijn Genkse kameraad. Ook hij zal moeilijk een nieuwe baan vinden door onder andere de rigide arbeidsmarkt en de torenhoge belastingen. Continue reading

#VK2012: Voorakkoorden en opportunisme

Etienne Schouppe deed recent heel wat stof opwaaien door te beweren dat er naar zijn schatting zo een 275 van de 308 Vlaamse gemeenten al een voorakkoord hadden bereikt. Deze ‘bekentenis’ schoot zijn partijvoorzitter in het verkeerde keelgat en floot hem meteen terug. Dit doet ons de vraag stellen hoe koosjer dit soort akkoorden zijn.
Zou het niet interessant zijn om voor de verkiezingen reeds kenbaar te maken aan de kiezer wat de politieke intenties zijn na 14 oktober, zodat de burger een geïnformeerde en weloverwogen stem kan uitbrengen?

Johan Ackaert reageerde op de uitspraak van Schouppe in De Tijd en stelde dat zo een voorakkoord een louter inhoudsloos politiek ritueel is. Mijn inziens zijn deze geheime akkoorden fundamenteel in strijd met de democratie. Deze bestuursvorm hoort immers gebaseerd te zijn op de instemming van het volk. De kiezer wordt echter misleid door halve waarheden, onvolledige informatie en loze beloften.

De verschillende politieke partijen gooien – in aanloop naar de verkiezingen – maar al te graag met modder naar elkaar. Zowel rechtstreeks via de verschillende (sociale) media als onrechtstreeks door subtiele steken onder water brengen ze elkaar mokerslagen toe. Opvallend is dat ze achter de schermen wel in staat blijken om een akkoord met elkaar te vinden. De vraag dringt zich op over hoe waarheidsgetrouw deze politieke kopstukken zijn met hun geheime agenda’s.

Door reeds voor de verkiezingen over te gaan tot het sluiten van dit soort akkoorden wordt het voor veel politieke partijen op voorhand al onmogelijk om een deel van hun voorgestelde beleidprogramma’s uit te voeren eens er een coalitie gevormd is en de zetels verdeeld zijn. Ik vraag mij dan ook af of deze houding niet in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het vertrouwensbeginsel. Het gaat immers om beloftes waarvan men op voorhand weet dat men deze gecreëerde verwachtingen niet zal kunnen inlossen. Continue reading

België: kroniek van een teloorgegane rechtsstaat

De rechtsstaat, zo wordt geleerd, is een staat waar de macht van de overheid wordt beperkt door het recht. De regels die een overheid uitvaardigt gelden niet enkel voor haar onderdanen, maar ook voor die overheid zelf. Zij wordt geacht zelf de wetten na te leven die zij uitvaardigt. In Angelsaksische landen spreekt men over het rule of law-principe. Dit principe houdt in dat de overheid haar eigen regels dient uit te vaardigen conform het recht, hetgeen impliceert dat zij dus ook gebonden is aan het recht. Dit idee leunt dus dicht aan bij dat van de rechtsstaat.

Deze bijdrage gaat evenwel niet over het onderscheid dat kan worden gemaakt tussen iusen lex, tussen recht en wet. Hoewel voor zo’n onderscheid natuurlijk ook één en ander te zeggen valt, kan iedereen het tenminste wel eens zijn over het feit dat, in onze hedendaagse maatschappij, de idee dat onze overheid ook gebonden hoort te zijn door de regels die zij zelf uitvaardigt niet zomaar een moreel of wenselijk principe is, maar een geldige rechtsregel. Meer zelfs, men vindt dit evident. Zelfs diegenen die in onze huidige maatschappij aan de macht zijn wagen het niet om dit openlijk te betwisten.

Belangrijk evenwel is dat het concept van een rechtsstaat meer inhoudt dan een overheid die zich louter aan haar eigen wetten houdt. Zeker als zij zelf beslist wat die wetten zijn op elk gegeven moment. Vandaar dat de overheid zich niet enkel aan haar eigen wetten moet houden, zij mag haar eigen macht ook niet misbruiken. Dus zelfs in de strikte zin moet “recht” of “wet” hier worden begrepen als meer dan louter “een systeem van wetten”.

Verwoven met de idee van een rechtsstaat zijn principes zoals constitutionalisme, het legaliteitsbeginsel (overheidshandelen dient te berusten op een [grond]wettelijke grondslag en heeft in beginsel geen terugwerkende kracht), het bestaan van een scheiding der machten, het bestaan van een onafhankelijke rechterlijke macht, de erkenning van bepaalde grondrechten die burgers hoe dan ook dienen te genieten, enzovoort.

Continue reading

Jongerenkracht? – Reactie op het opiniestuk van Maite Morren

Op acht juni verscheen er op de website van SP.a een opiniestuk van de hand van Maite Morren, de voorzitster van Animo. In dit stuk, getiteld ‘jongerenkracht!‘, kaart zij de werkloosheid onder jongeren aan. Bij het lezen van het stuk had ik de indruk dat het vooral een klaagzang betrof, gevuld met utopische recepten en economische valsheden.

Echter het doel dat Morren volgens haar tekst voorstaat, wil ik graag mee steunen: “wij weigeren een verloren generatie te zijn”. Maar dan vraag je je natuurlijk meteen af wie dat eigenlijk niet zou weigeren. De jonge socialiste gaat daarna over tot een beschrijving van een eerder triest feit: “Is het niet absurd dat de best opgeleide generatie ooit niet aan een job geraakt?”

Maar bij een dergelijke uitspraak stel ik me dan meteen de vraag of die wel klopt. Zijn wij wel de best opgeleide generatie ooit? Of hebben we gewoon de pretentie dat te denken (cf. diploma-inflatie)? Immers elk mens is het kind van zijn tijd. Dat die tijd nu technologisch en wetenschappelijk verder staat, kan die indruk natuurlijk wel opwekken.

Als we echter verder lezen in haar tekst, haalt ze aan dat het voor jongeren veel te moeilijk is om een job te vinden. Te weinig open vacatures en te veel vraag naar ervaring vormen de oorzaak. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

De EU als grote redding

Spijtig genoeg springt Morren dan op de kar van de overheid als redder van de jeugd, meer bepaald de Europese overheid. “Een concreet voorstel om de jeugdwerkloosheid in Europa aan te pakken is alvast de Europese jobgarantie voor jongeren. Deze garandeert dat iedere jongere na 4 maanden werkloosheid een job heeft, of haar of zijn talenten kan bijschaven met een bijkomende opleiding of trainingsperiode.” Het klinkt prachtig, nietwaar? De perfecte manier om de jongeren aan de bak te helpen gezien de voornoemde moeilijkheden. Wat Morren niet opmerkt, is de keerzijde van de medaille: het kostenplaatje dat wel eens torenhoog zou kunnen oplopen.

Een job is echter niet genoeg, zo blijkt. ‘t Moet ook meteen veel geld binnenbrengen en liefst wat weg hebben van een vaste benoeming. “We willen een job, ja, maar wel ook een échte job.” zo schrijft Morren. “Veel jongeren belanden in allerlei schimmige statuten als ze werk zoeken: halftijdse jobs die al snel voltijdse jobs blijken, tijdelijke contracten of on(der)betaalde stages.” Wat zij hier blijkbaar niet weet te erkennen is dat men niet eeuwig in een dergelijke job blijft werken. Jongeren nemen zo’n jobs aan om ervaring op te doen of om te kunnen sparen voor die avondscholing die hen uitzicht geeft op een betere job. Je kan niet verwachten dat iedereen van de schoolbank recht in de perfecte job wandelt.

Wat met het minimumloon?

Een maatregel die Morren iets later in haar tekst vermeldt, maar ik hier reeds wens te vermelden, is het minimumloon. “We willen alle inkomens boven de armoedegrens tillen”, zo beschrijft zij het. Het is spijtig genoeg een maatregel die nefast is voor de jongere met weinig talent en ervaring. Het minimumloon is te vergelijken met het uittrappen van de onderste sporten van een ladder. Immers, de ongeschoolde jongere met weinig ervaring is het voor geen enkele onderneming meer waard om er het geld aan uit te geven dat het minimumloon vereist. Bedrijven zouden er verlies aan maken. In die zin is haar kritiek op het Duitse model dus ook allesbehalve correct.

Is het dat?

En daar houdt haar focus op de werkloosheid bij de jongeren op. Wat is dus haar visie? De overheid, enkel en alleen de overheid, moet zorgen dat jongeren na vier maanden werkloosheid een baan hebben of een opleiding genieten. Als liberaal kan ik mij moeilijk verzoenen met een dergelijke visie. Waar is dan het optimisme naartoe, dat jongeren tot grootse zaken in staat zijn, als we meteen na het behalen (of niet behalen) van ons diploma naar de overheid moeten hollen voor een job? Als dat het toekomstbeeld is voor onze generatie, dan zijn we nu al verloren.

Waar zijn de recepten voor het ondernemerschap van de jeugd? Is er daar geen plaats voor bij de jonge socialisten? Of maatregelen voor de autodidacten, die op eigen houtje in hun vrije tijd een vak leren? Lastenverlagingen worden natuurlijk helemaal gemeden, dat zou voor een socialist vloeken in de kerk zijn.

Een visie, of iets dat er op lijkt

We mogen ons wel gelukkig prijzen: Morren is nog niet uitgeschreven en draaft nog even aan met een bredere visie: “Ons toekomstbeeld? Een samenleving die sterk en sociaal is. En dat houdt ook in ecologisch.” Als maat voor niets kan dat tellen, wie wil er immers zo geen samenleving?

Nu gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen dat ze bij die visie ook vermelding maakt van onderwijs en investeren in jobs, maar wel enkel in jobs die in haar visie voor de toekomst passen. Welke deze jobs dan mogen wezen, wordt niet verder beschreven. Zonde, ik had het graag willen weten.

Utopia

Na deze visie, of wat er dan toch voor moet doorgaan, wil de voorzitster van Animo nog even een gouden middeltje aanreiken om onze samenleving in het algemeen sociaal sterk te houden.

Leest u daarvoor even het volgende: “Want met wat moeten we concurreren? Met werknemers die voor maar één euro per uur aan de slag moeten? Met de landen waar op pensioen gaan een ticket naar de armoede is? Daar passen wij voor. Animo wil de redenering omkeren. De index die onze koopkracht beschermt in België zouden we dan ook graag exporteren naar andere landen.” Zo ziet u maar: gewoon even de hele wereld aan de index onderwerpen en we zijn van onze problemen af.

Zelfs als we buiten beschouwing laten dat het indexsysteem de tegenovergestelde werking heeft van wat ze betracht (een hoger geïndexeerd loon leidt immers tot hogere loonkosten voor ondernemingen, waardoor deze wederom hun producten duurder moeten verkopen aan, inderdaad, consumenten), is dit een puur utopische en imperialistische gedachte. Wederom iets waar wij als jongeren absoluut geen nood aan hebben: als we de weg van de utopie inslaan, zijn we een verloren generatie.

Foute recepten

In haar besluit haalt Morren wel een aantal goede punten aan. Onze generatie is volgens haar namelijk enthousiast, energiek en leergierig. Ze omschrijft wederom de jeugdwerkloosheid als een absurditeit en als een hoop gemiste kansen.

Spijtig dat ze in haar tekst enkel foute en utopische recepten kan aanreiken. Geen enkel origineel idee wordt naar voor geschoven, zoals bijvoorbeeld een lastenverlaging op werk of een indexatie van netto- in plaats van brutolonen. Ook op het enthousiasme en de energie die zij zelf aan jongeren toeschrijft, gaat Morren niet verder in. Neen , het is volgens haar de staat die onze generatie moet redden, niet wijzelf. “Wij zijn jong en klaar voor de toekomst” , besluit ze, maar vergeet te vermelden: “Als we een overheid zien die een rode loper voor ons uitrolt.”

Het is zonde dat een tekst getiteld “jongerenkracht!” net die kracht ontkent door de voorgestelde maatregelen. Of hoe een veelbelovende titel maar een fractie van het werk is.

Bob van der Vleuten
Politiek Secretaris
LVSV Hasselt

1 Mei, dag van nationale rouw

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten naar aanleiding van de ‘Dag van de arbeid’ en is tevens in pdf beschikbaar.

Het moet een echte komiek geweest zijn die ooit het concept van de eerste meidag heeft uitgevonden. Een dag verlof nemen om de arbeid te vieren, dus 1 mei is eigenlijk de feestdag van de betaalde niet gepresteerde arbeid? De man die er een nationale feestdag van maakte echter, was allerminst een komiek: niemand minder dan Adolf Hitler op 10 april 1933, als deel van een strategie om vakbonden buiten spel te zetten.

1 mei kan volgens mij beter omgedoopt worden tot een dag van nationale rouw. Rouw om de verloren individuele vrijheid en de teloorgang van de economie. Wanneer socialisten hun ideologie hoog in het vaandel dragen op 1 mei, met alle collectieve marsen en symbolen van doen; rouwt de liberaal, de ondernemer en elk ander individu met een grijntje gezond verstand. Want de maatregelen die onder de morele dekmantel der solidariteit en gelijkheid werden genomen over de jaren heen, hebben ons weinig meer gebracht dan wat zakken kommer en kwel. Of ze nu werden aangebracht door mensen met een rotsvaste overtuiging en geloof of door de gemiddelde opportunistische salonsocialist. Dat we kampen met een hoge staatsschuld, onverantwoordelijke vakbonden, een plethora aan logge overheidsbedrijven, … Het vindt steeds zijn oorsprong in linkse doctrines.

Nog een reden om te rouwen is het feit dat elk individu dat zich verzet tegen de linkse maatregelen meteen een intentieproces aan zijn broek krijgt gelapt. Want hoe kan je nu tegen de maatregelen zijn die de kleine man voort moeten helpen? Het kan niet anders dan dat je van slechte wil bent en enkel voor de ‘patrons’ wilt opkomen. Rationele argumenten tellen al lang niet meer mee. Argumenteren dat maatregels zoals een minimumloon en een index enkel een averechts effect hebben, heeft dus geen effect, want wat de partijtop en de vakbondsleiders zeggen is heilig.

En dan zwijg ik nog over die grote schandvlek die het socialistische en communistische gedachtengoed heeft nagelaten op de mensheid. In de naam van deze ideologie hebben velen hun dood gevonden, door onderdrukkingen en genocides enerzijds en verhongering anderzijds. Voorbeelden te over van mislukte arbeidersparadijzen, van monsters zoals de Sovjet-Unie tot landen zoals Nicaragua. Hoe lang nog zal het duren voor de utopie en de perverse effecten van de linkse ideologie voor iedereen duidelijk zijn? In dit land alvast nog een hele poos, want meer en meer verlangt de bevolking weer dat de overheid haar deus ex machina rol opneemt. Zonder te beseffen dat men in de eigen voeten schiet, zonder de fouten van het verleden te herinneren, zonder de hiaten in de redeneringen te erkennen; vieren alle kameraden het Feest van de Arbeid.

Arm Vlaanderen, arm België, waar men het debat enkel durft te voeren om futiliteiten. Waar de grote overheid en de linkse kerk een heilig huis zijn geworden dat ten allen kosten beschermd en gevierd moet worden, op 1 mei, de dag van de arbeid. Maar ook de dag van de werkloze die zijn kansen door het minimumloon ziet verdwijnen, de dag van de ondernemer die zich blauw betaalt om het heilige huis recht te houden, de dag van de sterke vrouw die de erkenning van haar merites ondermijnt ziet door opgelegde quota, de dag van de eerlijke werkman die moet opboksen tegen de door sociale zekerheid ondersteunde zwartwerker, de dag van de economische onzin en de dag van het corporatisme.

Mijn innige deelneming, kameraad.

Bob van der Vleuten
Ondervoorzitter LVSV Hasselt

Column: De engel voor elke Vlaming

Deze column werd geschreven voor Bram Bogaerts

Geen zorgen. Geen schrik. U bent niet alleen. Ze waakt over u. Als een beschermende engel schauvliegt ze over de Vlaamse bevolking en jaagt ze op iedereen die een bedreiging vormt voor hetgeen ons het meest dierbaar is: ons gehoor. Zoals Gabriël de Messias op de Aarde smeet, strooit zij beschermende voorwerpen naar elk auditief probleem. Met haar fluwelen elegantie beperkt ze de taakbeschrijving van drummers tot die van de dames van plezier: zit stil achter je glas en lach eens lief wanneer de mensen naar je kijken.

Hiermee hebben we natuurlijk niet het enige van haar intelligentie gezien. Wie had er op het geniale idee kunnen komen dat gehoorschade voorkomen kan worden door de verplichting van een decibellimiet? Heb plezier, maar doe het stil. Ga op in de extase van muziek, maar beperk die muziek tot een zachte ruis. Schreeuw, maar fluister. Laat iedereen cultuur verspreiden, maar in hemelsnaam: doe het stilletjes. Pas op wat je doet, want God luistert.

Wie weet met welke ideeën ze ons nog gaat verlichten? Anticiperen op haar denkwijzen is natuurlijk een soort van heiligschennis, maar iedereen wil wel een beetje ‘Joke’ zijn. Zonder twijfel pakt ze snel het probleem van andere gehoorvandalen aan. Een draagbaar plaatje plexiglas, bijvoorbeeld, zodat de luidruchtige vriend niet te hard in je oren kan schreeuwen. Het verwijderen van de luide autoradio. Beter nog: vervang die luide motoren door pedalen en trappel jezelf voort in een gehoorvriendelijke wereld. Luidsprekers, hoofdtelefoons, Gsm’s, televisies, radio’s, vliegtuigen, treinen. Verdwijn! Begrens! Schauvlieg naar de vergetelheid.

Niemand twijfelt er nog aan. Niemand vreest nog voor zijn kostbare oren. Zolang Joke met haar scepter zwaait, bestaan er geen zorgen meer. Dit zou iedereen van de daken moeten schreeuwen, maar laten we het fluisteren. Binnen duizend jaar spreekt niemand nog over Gabriël, die ons de Messias bracht. Binnen duizend jaar fluistert men enkel nog over Joke, die haar volk liet horen.

Column: een dag in het Dierenland

Deze column werd geschreven door Bram Bogaerts

Vrolijk genieten ze van de eerste lentedagen, de dieren van het Dierenland. Op dagen zoals deze vergeet iedereen de moeilijke tijden die achter hen liggen en de moeilijke tijden die nog zullen volgen. Het is ondertussen maanden geleden dat Nero, het elegantste varken van de groep, trots de overwinning uitriep na de ‘Slag van 541 dagen’ tegen Barabbas. Barabbas was het meest olijke varken, het varken dat het eerst de macht claimde, nadat de dieren de heerschappij van de bourgeoisie in het Dierenland overnamen. “Alle dieren zijn gelijk”, was toen het motto. Niemand zou nog minderwaardig zijn. De sociale crisis van het Dierenland zou eindigen. De lasten zouden verdeeld zijn. Iedereen zou gelijk zijn.

De warmte van de eerste lentezon mag dan misschien de gemoederen sterk bedaren, maar de weg naar vandaag was niet zonder problemen. Steeds moesten de dieren op hun hoede zijn voor een eventuele terugkomst van de bourgeoisie. Nero moest dan weer het meeste vrezen voor een terugkomst van Barabbas, die nog lang niet definitief verdwenen was. Want Barabbas nam zelfs een andere gedaante aan, om zo terug de macht te grijpen. Nero zou alles doen om Barabbas te doen verdwijnen. Barabbas was namelijk gevaarlijk voor de stabiliteit van het Dierenland en zou er voor zorgen dat de hanen, de meest arme dieren van het Dierenland, hard zouden moeten werken voor hun levenstandaard. De hanen waren de favorieten van Nero, met hen had hij een zeer goede band. Men moest alles in de strijd gooien voor het welbevinden van de hanen.

De druk van Barabbas was niet het enige probleem. Tijdens de barre wintermaanden kwamen de dieren voor het eerst tot het besef dat de heerschappij van Nero niet de meest ideale was. Veel dieren hadden geen dak boven hun hoofd en vroren buiten bijna dood. “Het is de schuld van de bourgeoisie, die met hun grote sommen geld nu warm in hun zetel zitten”, preekte Nero, waarna hij zelf verdween in de luxueuze vertrekken van het Dierenland. Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere.

Meer en meer begonnen de varkens zich zoals de vorige heersers te gedragen. De schuld van de problemen lag bij de bourgeoisie en bij Barabbas, en het oplossen van de sociale crisis was de belangrijkste zaak aller zaken. Om de andere dieren te sussen, gaven de varkens een klein deel van hun dagelijks rantsoen af. Het veranderde niet veel aan hun levenswijze, maar de andere dieren konden zo niet meer klagen. “Kijk eens hoeveel wij voor jullie willen opofferen”, zeiden de varkens dan smalend. Veranderingen in het voordeel van de varkens werden stiekem doorgevoerd en gedane beloftes werden vergeten. Niet alle varkens waren tevreden met die manier van werken, maar van Nero mocht er geen verdeeldheid zijn. Alle snuiten in dezelfde richting. Iedereen is gelijk.

De lentezon verdwijnt achter de horizon en de dieren van het Dierenland maken zich klaar voor de nacht. Voor de eerste keer kunnen ze aangenaam buiten slapen. Er is geen reden om te klagen, want de varkens beloven dat het goed gaat met het Dierenland. Nero beschermt iedereen. Nero kunnen we vertrouwen. De dieren leggen zich knus langs elkaar en staren naar de heldere sterrenhemel. Iedereen samen, want iedereen is gelijk. En Nero? Die legt zich in zijn bed in de luxueuze vertrekken van het Dierenland, ver van de andere dieren. Buiten slapen is niet aan hem besteed.

Liberalisme is een gut-feeling

Dit opiniestuk werd geschreven door Bob van der Vleuten, gepubliceerd op zijn blog en is tevens beschikbaar in PDF.

Ik ben nooit een fan geweest van lange theoretische uiteenzettingen, citaten van ten hemel geprezen schrijvers en het gebruik van een woordenschat die men enkel terugvindt in academisch filosofische geschriften. Als ik zie op welke manier talentvolle en onderlegde liberalen de strijd om de vrijheid voeren denk ik vaak: “dit zijn intellectuele slagen in het water, complexe druppels op een hete plaat”. Het heeft wat weg van een soort intellectuele zelfbevrediging.

Opinieteksten van liberalen en zelfverklaarde liberalen nemen vaak de allures aan van academische papers: enkel en alleen leesbaar en interessant bevonden door medestaanders. Maar wat bereiken we daar eigenlijk mee? De voeling voor liberalisme in dit land ligt aan diggelen en wat doen wij klassiek liberalen? Onderling bekvechten om kantlijnnotities waar geen kat van wakker ligt. Verschillen over interpretaties van teksten opblazen alsof ze van wereldbelang zijn.

Excuseer mij dat ik de bel doorprik: in de echte wereld geeft bijna niemand er wat om. Het is zeker nuttig voor de verrijking van de eigen geest en die van collega’s om aan dergelijke activiteiten te doen. Het is nuttig de onderliggende stromingen te begrijpen alsook een sterke argumentatie voort te kunnen brengen in diepgaande onderwerpen. Maar wat ben je daar nu mee als de basis van de ideologie met moeite gekend, begrepen of geaccepteerd wordt in een maatschappij?

Liberalisme is voor mij veel meer een gut-feeling. Het is mijn ideologie omdat ze als natuurlijk aanvoelt voor mij. Spijtig genoeg is dat voor de meeste mensen niet zo. Het debat rond de rol van de overheid wordt al lang niet meer gevoerd in de ‘publieke opinie’. De welvaartstaat met haar bijhorende megalomane overheidsapparaat zijn een vast gegeven, enkel om de invulling voert men nog het debat, en dat dan nog op een laag pitje want aan de heilige huisjes mag niemand raken. Logisch dat een rasecht liberaal zijn waren niet verkocht krijgt als hij zich daar in mengt.

Als klassiek liberalisme terug wil doorbreken, als het als een gut-feeling aanvaard wil worden door een groot aantal mensen, dan moet het debat worden opengebroken. Het debat over de rol van de staat, over de maatschappij die wij verkiezen, over essentiële vrijheden.

We moeten al die basisconcepten van het liberalisme die nu dag in dag uit met de voeten getreden worden terug naar de voorgrond brengen. Volgens mij zal dat niet lukken zolang we ons bezig houden met het schrijven en bespreken van theorieën enerzijds en het bekampen van de kleine anti-liberale vuurtjes anderzijds.

Laten we onze energie ten volle steken in het aanreiken van onze ideologische basisconcepten aan de maatschappij, op verstaanbare wijze. Laten we mensen onderwijzen met eenvoudige maar ijzersterke voorbeelden en argumenten. De theoretische invulling en nuances volgen later wel.

Gelukkig zijn er voorbeelden voorhanden die ons de weg kunnen wijzen om dat doel te bereiken. Websites zoals learnliberty.org, boeken zoals ‘Freedom 101’, videos zoals ‘Edgar the exploiter’ en leaflets naar het voorbeeld van ‘I, Pencil’ vormen voorbeelden van de weg die we zouden moeten bewandelen. Echter misschien nog iets eenvoudiger wat taalgebruik betreft. Hapklare brokken zijn in dit geval een must, samen met het inspelen op de tools die in deze 21ste eeuw voorhanden zijn zoals sociale media. De basisideeën van het liberalisme verspreiden moet op die manier mogelijk zijn, zonder tonnen geld uit te geven.


Bob van der Vleuten
Vice-voorzitter

Herziening van art. 195 GW, de schande voorbij

Dit opiniestuk werd geschreven door Matthias Vandyck en is tevens beschikbaar in PDF.

De Kamer heeft op donderdag 15 maart met een tweederdemeerderheid artikel 195 van de grondwet gewijzigd. Het gaat om ‘een eerste stap in de uitvoering van de zesde staatshervorming’, aldus S. Verherstraeten. (De Standaard, 16 maart 2012)

ART. 195 GW
Artikel 195 van de grondwet bepaalt de wijze waarop de grondwet moet worden herzien. Dat gebeurt normaliter in drie fasen. Eerst moet het parlement de grondwetsartikelen die het wil herzien ‘vatbaar verklaren voor herziening’. Het parlement stelt dus een soort van lijst op. Daarna wordt het parlement ontbonden en komen er verkiezingen, zodat de burger zich over deze herziening kan uitspreken. Vervolgens kan dan het pas verkozen parlement, oftewel de constituante, enkel en alleen dié artikelen veranderen, die voor herziening zijn vatbaar verklaard. Om dat te doen moeten twee derde van de leden aanwezig zijn en moet de herziening worden goedgekeurd met een twee derdemeerderheid.

De opstellers van onze grondwet wilden in 1830 met deze ietwat rigide en omslachtige procedure verhinderen dat toevallige meerderheden al te lichtzinnig met de grondwet zouden omgaan en tezelfdertijd wenste men ook de inspraak van de kiezer te verzekeren.

Wanneer na zéér moeizame en langdurige onderhandelingen uiteindelijk eind vorig jaar een communautair akkoord werd bereikt, bleek dat niet alle grondwetsartikelen die veranderd moeten worden om het akkoord in haar volledigheid uit te voeren, voor herziening vatbaar zijn verklaard door het vorige parlement. Dit zou volgens onze grondwet moeten betekenen dat het akkoord door dit parlement enkel in die mate kan worden verwezenlijkt voor zover de veranderingen betrekking hebben op de in de hierboven vermelde lijst opgesomde grondwetsartikelen.

Het voorstel-Giet
Het behoeft geen uitleg dat dit op zijn zachtst gezegd problematisch is voor de meerderheidspartijen. Opnieuw naar de Vlaamse kiezer trekken in 2014 met een halfslachtige staatshervorming staat immers gelijk aan politieke zelfmoord. Opgejaagd door het eclatante succes van de N-VA bij de vorige verkiezingen besliste de meerderheid samen met Groen! daarom dan ook om haar ogenschijnlijk onuitputbare trukendoos opnieuw boven te halen. Een aantal belangrijke grondwetsartikelen die aanpassing behoeven mogen dan wel niet op het lijstje voorkomen, art. 195 GW staat er wel in vermeld. En dus beslisten onze creatieve staatshervormers om dit artikel van een ‘overgangsbepaling’ te voorzien, enkel en alleen voor de duur van deze legislatuur, zodat de noodzakelijke artikels toch kunnen worden aangepast. Anders gezegd, het zijn de spelers zelf die tijdens het spelen van het spel beslissen om de voor hun ploeg lastige spelregels dan maar te schorsen.

U hoeft geen groots jurist te zijn om aan te voelen dat hier iets wringt. Allereerst bevat onze grondwet zélf een artikel dat erop gericht is dit soort situaties tegen te gaan. Art. 187 GW bepaalt immers dat de grondwet noch geheel, noch ten dele kan worden geschorst. En laat u vooral niet misleiden door het door de meerderheid gehanteerde begrip ‘overgangsbepaling’, het betreft hier wel degelijk een tijdelijke schorsing. Vanaf de volgende legislatuur is de strenge procedure van artikel 195 om de grondwet te herzien in de drie bovenvermelde stappen, immers weer voluit van kracht. Onze ooit zo geprezen grondwet, die als inspiratiebron diende voor tal van later opgestelde constituties, wordt daarom door deze regering “als een vodje papier” behandeld, aldus professor H. Vuye.

De grondwet komt toe aan de bevolking, niet aan de regering
Nochtans is de grondwet in mijn visie niet zomaar een tekst dat door een meerderheid met de voeten kan worden getreden wanneer het hen goed uitkomt. Het is het document bij uitstek waarin de fundamenten van onze rechtsstaat en democratie liggen vervat. Het bevat de meest essentiële waarborgen tegenover de overheid en legt de meest fundamentele rechten van iedere burger vast. Het is het basisdocument van een natie. Om die redenen komt de grondwet in de allereerste plaats toe aan de bevolking, niet aan een meerderheid die uit electoraal eigenbelang opteert om bepaalde belangrijke waarborgen tijdelijk te schorsen.

Dat de huidige regeringspartijen, aangevuld met de groenen, deze spelregels zomaar naast zich neerleggen getuigt van weinig morele scrupules en een hoge graad van arrogantie. Het is op zijn zachtst gezegd wraakroepend dat een regering die verlangt van al haar burgers dat haar eigen talloze regeltjes worden opgevolgd, het zichzelf permitteert om zich niet aan de meest elementaire regels van onze natie te houden. De laag-bij-de-grondse truc waarbij artikel 195 van de grondwet wordt geschorst, kan dan volgens mij ook enkel ondersteund worden door politici met autoritaire afwijkingen.

De bocht van CD&V
Een snelle blik op de recente geschiedenis leert ons dat toen de CD&V in 2003 en 2007 in de oppositie zat, en men eveneens artikel 195 wou herzien, deze partij er een heel ander standpunt op nahield. Toen vonden de christen-democraten dat een herziening van artikel 195 nooit binnen dezelfde legislatuur kon leiden tot een wijziging aan artikelen die niet door het vorige parlement voor herziening vatbaar waren verklaard. Met andere woorden, men mocht wél alle artikelen herzien die het vorige parlement in een lijstje had opgesomd, ook artikel 195. Maar men mocht artikel 195 niet zo wijzigen dat er nog nieuwe artikelen bijkomen bovenop die uit het eerste lijstje. Om nieuwe artikelen te herzien binnen dezelfde legislatuur, moesten immers eerst nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. De kiezer had zijn stem uitgebracht over welbepaalde artikelen, niet over nieuwe artikelen die door de herziening van artikel 195 plots ook veranderd zouden worden. Het is dan ook ironisch om te zien dat het uitgerekend staatssecretaris S. Verherstraeten is die deze constitutionele fraude in de media komt verdedigen. Wat in 2003 en 2007 voor hem en z’n partij nog een ontoelaatbare en ongrondwettelijke ‘tijdelijke schorsing’ was, wordt nu plots een ‘tijdelijke overgangsbepaling’ als ‘eerste stap van de staatshervorming’. De stroper wordt hier dus geen boswachter, maar de boswachter wordt een stroper. Een zaak staat vast: de letter C van CD&V staat vandaag niet voor constitutionalisme, noch voor consequent.

Het stemt mij triest om te zien hoe weinig geloofwaardigheid er dezer dagen soms nog in de Wetstraat valt te bespeuren, hypocrisie des te meer.

Spelregels zijn er voor iedereen
Voor alle duidelijkheid dit is zeker geen pleidooi voor de onaantastbaarheid van artikel 195 GW. Maar indien men van mening is dat artikel 195 van de grondwet moet worden herzien, en daar bestaan mogelijk aanvaardbare redenen voor, dan dient dit in haar geheel en op een fundamentele en blijvende manier te gebeuren. De huidige meerderheid heeft samen met de groenen hiertoe ook de mogelijkheid. Toch kozen de betrokken partijen om redenen van eigenbelang, en meer bepaald dat van hun verkozen leden, voor een tijdelijke schorsing van de grondwet. Een lichtzinnige en gevaarlijke keuze die mogelijk als precedent ertoe kan leiden dat voortaan iedere constituante onbeperkt om het even welk artikel van de grondwet kan herzien zolang art. 195 maar in de lijst is opgenomen.

Waarborgen zoals onder andere degene die in artikel 195 liggen vervat, zijn er wel degelijk om redenen die bescherming en respect verdienen. Iedereen, elke meerderheid en elke partij dient deze waarborgen te respecteren, eender op welk moment in tijd en ongeacht de samenstelling van het parlement. Niemand hoort onze waarborgen te schorsen, dit soort spelregels zijn er steeds en voor iedereen.

De schorsing van artikel 195 raakt ons in het constitutionele hart van dit land en is daarom absoluut onaanvaardbaar. Hoe klein dit soort aantastingen aanvankelijk ook mogen lijken, ze raken aan de grootste principes en kunnen vaak grote gevolgen hebben. Bijgevolg dienen ze naar mijn mening door geen enkele burger van dit land getolereerd te worden


Matthias Vandyck
Politiek Secretaris